Baby met ontslag MKC

Baby met ontslag MKC

Alles rondom het ontslag

Het is bijna zover, uw baby mag met ontslag. Rondom het ontslag ontstaan meestal veel vragen.

Via dit informatieblad willen we de meest voorkomende vragen alvast bespreken.

Voeding

Als uw baby borstvoeding krijgt, maken we voor u een plan dat we samen bespreken. Gaat de baby volledig borstgevoed naar huis of wordt er nog bijgevoed? Gaat u op vaste tijden voeden of on demand?

De verpleegkundige kan u van advies voorzien, eventueel in overleg met de lactatiekundige (borstvoedingdeskundige).

Voor ontslag is er al een keuze gemaakt welke voeding u gaat geven. Zorg dat u voldoende voeding in huis heeft voor de eerste dagen. Soms moet de baby met speciale voeding gevoed worden. Hiervoor heeft de kinderarts dan een machtiging (briefje) geschreven om deze voeding te bestellen bij de apotheek. Hoe u de flesvoeding klaar moet maken staat op de verpakking van de voeding. U kunt de voeding per voedingsmoment klaarmaken. De voeding mag tijdens één voeding maximaal 2 keer opgewarmd worden. Wanneer het opnieuw tijd is voor een voeding, dan is het de bedoeling dat er een nieuwe voeding klaargemaakt wordt. Gebruik tijdens het klaarmaken van de voeding schone materialen (fles, voedingsschepje) en zorg dat uw handen gewassen zijn.

Wanneer uw baby 7 voedingen krijgt, kunt u het volgende tijdsschema aan houden:

7.00u - 10.00u – 13.00u - 16.00u – 19.00u - 22.00u – en nachtvoeding rond 3.00 uur.

Dit is uiteraard een richtlijn. Bij 6 voedingen hoeft u geen nachtvoeding te geven wanneer de baby er niet om vraagt.

Fles, speen, fopspeen

De fles en de speen moeten dagelijks worden uitgekookt. Dit kan in een pan met water. De fles moet 10 minuten worden uitgekookt. De speen/dop/fopspeen kunnen de laatste 3 minuten mee uitgekookt worden.

De gaatjes in de speen moeten zo groot zijn dat de voeding er druppelsgewijs uitkomt. Kinderen die langzaam drinken kunnen een 1-2-3 speen gebruiken. Als de voeding te snel gedronken wordt kan de baby weer overgaan op een gewone speen. Wanneer een baby goed moet zuigen zal ook de zuigbehoefte voldaan zijn wanneer de fles leeg is, zo wordt ontevredenheid en onrust na de voeding voorkomen.

Vitamines

Wanneer u de baby borstvoeding geeft is het belangrijk dat u extra vitamines geeft.

Dit zijn de vitamines K (eerste 3 maanden) voor een goede stolling en vitamine D (tot het 4e jaar) voor een goede botopbouw. Voor flesvoeding geldt dat er meer vitamines aan toegevoegd zijn. Dan hoeft u alleen maar vitamine D te geven tot het 4e jaar tenzij de baby meer dan 500 ml kunstvoeding per dag krijgt.

Kleding

De temperatuur van de baby mag niet te warm en niet te koud zijn. Kleding is hierin heel belangrijk.
Een goede richtlijn is uw eigen kleding. Een onder- en bovenlaag en sokjes. En buiten een jasje. Als u weer thuis bent met uw baby mag u met hem naar buiten voor een korte wandeling. Houd hierbij rekening met het weer. Baby’s verliezen veel warmte via hun hoofd. Daarom is het belangrijk om, als het niet warm is, een mutsje op te doen.

Kruiken

Benodigdheden

Metalen kruik zonder naden met een brede afsluitdop die over de hals sluit en in de dop een rubberplaatje heeft. Om de kruik moet altijd een kruikenzak.

Controle

Iedere kruik moet gecontroleerd worden op lekkage en schroefdraadbeschadigingen. Het rubberen plaatje mag niet verdroogd zijn. Bij roestplekken aan de buitenkant kan de wand poreus zijn waardoor lekkage ontstaat. Deze kruik mag u niet meer gebruiken.

Kruik vullen

Plaats de kruik in de gootsteen, dat is veiliger dan op het aanrecht. Vul de kruik met warm water tot hij overloopt.

Pak de kruik met een doek vast en draai de dop er op. Controleer de kruik op lekkage door hem af te drogen en op een droog aanrecht heen en weer te rollen of op zijn kop te schudden.

Kruikenzak

Het doel van de kruikenzak is om uw kindje te beschermen tegen brandwonden door de hete kruik. De stof zorgt er ook voor dat de warmte geleidelijk afgegeven wordt.

Plaats van de kruik

De kruik moet op de dekens worden gelegd op een handbreedte afstand van de baby. Door deze ligging circuleert de warmte door het hele bedje. Als de kruik te dicht tegen de baby aanligt geeft dit teveel hitte af. Hierdoor ontstaat kans op verbranding van de huid van de baby.
Wanneer er een kruik in het bedje ligt mag er geen zeiltje in het bed liggen.

Baden

Wij raden aan om de baby te baden voor een voeding .Er is kans op spugen als er net voeding gegeven is. Zorg ervoor dat de babykamer lekker warm is. Bij het verzorgen van oren, neus en ogen kunt u het beste afblijven van de dingen die u niet kunt zien.

(Bed)rust/ regelmaat

Een babybedje moet in Nederland aan diverse veiligheidseisen voldoen. Gebruik in een wieg of bedje geen zacht materiaal. Geen zacht matras, geen kussens, geen hoofdbeschermer, geen dekbedje en geen plastic zeiltje. Deze kunnen namelijk de ademhaling belemmeren.
Maak bij gebruik van een dekentje het bed zo op dat de baby met de voetjes tegen het voeteneind aan ligt. En stop de dekens rondom goed in. Combineer nooit met een dekbed.

Laat de baby overdag slapen op een rustige plek, maar liever niet in de box. Slaap ook niet met de baby in één bed, zeker tot 6 maanden is dat gevaarlijk. Neem bij medicijn-, alcohol-, drugsgebruik en bij (over)vermoeidheid nooit een baby bij u in bed.

Belangrijk is dat de baby voldoende rust krijgt. Baby’s zijn gevoelig voor verstoring van rust. Reizen, (drukke)visites, logeerpartijen en allerlei andere ongewone gebeurtenissen brengen de baby makkelijk van slag. Verstoorde slaap kan het gevolg zijn. Hierdoor raakt het kind vermoeid en geprikkeld. Dit geldt in bijzondere mate voor huilbaby’s. Beperk onrustige situaties in het eerste levensjaar. Vertel dit ook aan anderen die tijdelijk de zorg overnemen.

Roken

Roken tijdens en na de zwangerschap is slecht voor moeder en kind. Het overlijdensrisico voor de baby wordt groter, maar ook levenslange gezondheidsschade kan het gevolg zijn van roken. Een leefomgeving waarin niet gerookt wordt is het beste voor de baby. Wie echt niet kan/wil stoppen, kan het risico beperken door zo min mogelijk te roken. Houd in ieder geval het huis rookvrij door alleen buiten te roken. In een vertrek (ook in de auto) kan de rook tot wel 8 uur blijven hangen. Lucht (ook wanneer u nooit rookt) regelmatig de kamer waar de baby slaapt.

Nazorg

Polikliniekcontrole

In veel gevallen krijgt u een afsprakenkaart mee waarop de datum en het tijdstip staan wanneer u, met uw baby, voor controle bij de kinderarts of Nurse Practitioner wordt verwacht.

De kinderpolikliniek is te vinden door routenummer 27 te volgen. Als u voor het eerste poli bezoek komt moet: u eerst zorgen dat de gegevens kloppen. Bij binnenkomst (bij de hoofdingang) scant u het identiteitsbewijs of paspoort van uw baby. U krijgt dan de vraag of de gegevens nog kloppen? Zo niet, dan dient u deze gegevens eerst aan te gaan passen bij de receptie. Daarna krijgt u via de aanmeldzuil, een dagticket met een QR-code, waarmee u zich aan kunt gaan melden bij de aanmeldzuil op de poli Kindergeneeskunde. De receptie bevindt zich op de eerste verdieping. Soms is het niet mogelijk dat wij een afspraak voor u maken op de polikliniek en moet u zelf de afspraak maken. Dit kan van maandag t/m vrijdag van 10.00-17.00 uur door te bellen met de polikliniek Kindergeneeskunde: 010 297 53 40.

Consultatiebureau

Ook al moet u regelmatig voor controle bij de kinderarts komen, het is wel de bedoeling dat u ook naar het consultatiebureau gaat met uw baby. Na het inschrijven van uw baby bij de gemeente, neemt het consultatiebureau contact met u op, voor het maken van een (eerste) afspraak.

Kraamzorg

Als uw baby binnen 8 dagen wordt ontslagen heeft u nog recht op kraamzorg. U kunt bij uw ziektekostenverzekering informeren naar de mogelijkheden. In sommige gevallen, bijvoorbeeld bij couveusekinderen, is het mogelijk om extra kraamzorg te krijgen. Hiervoor kunt u ook informeren bij uw ziektekostenverzekering. De kinderarts zal hierna een verklaring uitschrijven voor de verzekering.

De ontslagprocedure

Verpleegkundige overdracht

Van tevoren is er een ontslaggesprek met de verpleegkundige over het verblijf van u en uw baby op onze afdeling.

De arts-assistent en/of verpleegkundige bespreken met u de voeding, het medicijngebruik en de leefregels voor thuis.

Medische overdracht

Uw huisarts krijft een brief over de hele opname.

Voor de wijkverpleegkundige van het consultatiebureau krijgt u een overdrachtsformulier mee. Wij hopen zo het ontslag zo goed mogelijk te laten verlopen. Als er desondanks thuis vragen of problemen zijn, belt u dan gerust nog even met de afdeling.

Mocht u nog vragen hebben, dan kunt u gerust contact opnemen met het Moeder en Kind Centrum:

Afdeling 2D (route 70): 010-290.2350

Afdeling 7B: 010-297.5274