Aanpassen diabetesmedicatie
tijdens voorbereiding voor gastroscopie die vóór 12.00 uur plaatsvindt
Inleiding
U heeft deze folder ontvangen zodat u uw diabetesmedicatie kunt aanpassen tijdens de periode dat u niet mag eten en drinken ter voorbereiding op de gastroscopie die vòòr 12.00 uur plaatsvindt.
Dit met als doel om ontregeling van uw diabetesregulatie te voorkomen.
Indien de gastroscopie na 12.00 uur plaatsvindt, neemt u dan contact op met uw diabetesbehandelaar voor ‘advies op maat’.
In het schema staat de handelswijze beschreven bij gebruik van diabetestabletten, 1x daags insuline, 2x daags insuline, 4x daags insuline en insulinepomp. Leest u de info die voor u van toepassing is goed door.
Indien u een bloedglucosemeter in uw bezit heeft, meet dan uw bloedglucose op de volgende momenten:
Op de dag voor onderzoek: voor het slapen gaan
Op de dag van onderzoek: nuchter en om de 2 uren tot aan het onderzoek
Meet uiteraard ook tussendoor als u zich niet goed voelt.
Indien de bloedglucose lager is dan 4,0 mmol/L (hypoglycemie), neem dan 40 ml limonadesiroop aangemengd met water. Meldt dit dan ook voor het onderzoek aan degene die de gastroscopie uitvoert.
Graag bij vragen / onduidelijkheden contact opnemen met uw eigen diabetesbehandelaar.
De dag vóór het onderzoek:
Handelswijze bij bloedglucoseverlagende tabletten:
Geen speciale maatregelen.
Handelswijze bij 1x daags langwerkende insuline:
-
Indien in de ochtend langwerkende insuline gespoten wordt, spuit ’s ochtends de gebruikelijke dosering.
-
Indien in de avond langwerkende insuline gespoten wordt, spuit op het gebruikelijke tijdstip de helft van de gebruikelijke dosering.
Handelswijze bij 2x daags mix-insuline:
Geen speciale maatregelen.
Handelswijze bij 4x daags insuline:
-
Spuit voor het ontbijt de gebruikelijke dosis (ultra)kortwerkende insuline.
-
Spuit voor de lunch de gebruikelijke dosis (ultra)kortwerkende insuline.
-
Spuit voor het avondeten de gebruikelijke dosis (ultra)kortwerkende insuline.
-
Spuit de helft van de gebruikelijke dosis langwerkende insuline voor het slapen gaan.
Handelswijze bij continue subcutane insulinepomp:
Geen speciale maatregelen.
De dag van het onderzoek:
Handelswijze bij bloedglucoseverlagende tabletten:
-
Neem voor het onderzoek geen bloedglucoseverlagende tabletten in.
-
Neem na het onderzoek op het gebruikelijke tijdstip de gebruikelijke dosis bloedglucoseverlagende tabletten in.
Let op: u mag de diabetesmedicatie van de ochtend NIET alsnog innemen.
Handelswijze bij 1x daags langwerkende insuline:
-
Spuit voor het onderzoek geen insuline.
-
Indien in de ochtend langwerkende insuline gespoten wordt, spuit dan meteen na het onderzoek de gebruikelijke dosis langwerkende insuline.
-
Indien in de avond langwerkende insuline gespoten wordt, spuit dan meteen na het onderzoek alsnog één-derde deel van de avonddosis.
’s Avonds kunt u de gebruikelijke dosis langwerkende insuline spuiten.
Let op: er moeten minimaal 10 uren tussen beide injecties zitten.
Handelswijze bij 2x daags mix-insuline:
-
Spuit voor het onderzoek geen insuline.
-
Spuit na het onderzoek als u weer mag eten de helft van de gebruikelijke ochtenddosis;
Echter als u na het onderzoek al vòòr 10.00 uur weer mag eten, dan mag u de gebruikelijke ochtenddosis spuiten; zorg wel dat er minimaal 8 uren zit tussen deze injectie en de injectie voor uw avondeten. -
Spuit bij het avondeten weer de gebruikelijke dosis.
Handelswijze bij 4x daags insuline:
-
Spuit voor het onderzoek geen insuline.
-
Spuit na het onderzoek als u weer mag eten de gebruikelijke dosis (ultra)kortwerkende insuline van het ontbijt.
-
Spuit voor de lunch de gebruikelijke dosis (ultra)kortwerkende insuline, echter injecteer niet binnen 2 uur wederom (ultra)kortwerkende insuline!
-
Spuit voor het avondeten de gebruikelijke dosis (ultra)kortwerkende insuline.
-
Spuit na het onderzoek op het gebruikelijke tijdstip de gebruikelijke dosis langwerkende insuline.
Handelswijze bij continue subcutane insulinepomp:
-
Laat de basaalstand ongewijzigd.
-
Bolus niet voor het onderzoek.
-
Bolus bij de 1e maaltijd na de scopie een dosis die afgestemd is op het te nuttigen aantal koolhydraten.