Versneld herstel na
een dikke darmoperatie
Chirurgie
Opname voor een operatie aan de dikke darm
U wordt binnenkort opgenomen voor een operatie aan uw dikke darm.
Tijdens uw behandeling gebruiken we het ERAS-programma. ERAS is een manier van werken die ervoor zorgt dat u na de operatie zo snel en veilig mogelijk herstelt. Hierdoor kunt u vaak eerder naar huis.
In deze folder leest u wat het ERAS-programma inhoudt.
Wat is het ERAS-programma?
Bij het ERAS-programma werken artsen, verpleegkundigen en andere zorgverleners samen om uw herstel zo goed mogelijk te laten verlopen.
Uit onderzoek blijkt dat u vaak sneller herstelt door:
- goede uitleg over de operatie;
- een narcose waarvan u snel wakker wordt;
- een behandeling die ervoor zorgt dat uw darmen snel weer gaan werken;
- goede pijnstilling en medicijnen tegen misselijkheid;
- zo snel mogelijk uit bed komen en bewegen. Zo blijven uw spieren sterker;
- zo snel mogelijk weer eten en drinken. Zo houdt u uw conditie op peil en valt u minder af.
Uw bijdrage aan uw herstel
U kunt zelf ook helpen om sneller beter te worden.
Bij deze folder krijgt u een dagboekje. Hierin kunt u elke dag opschrijven hoe het gaat en of u de doelen voor uw herstel heeft gehaald. De verpleegkundige bespreekt dit samen met u.
U krijgt ook informatie over:
- de operatie aan uw dikke darm;
- de verpleegkundig specialist Coloncare;
- voeding;
- een stoma (als dat voor u nodig is).
Uw operatie vindt plaats in de dikke darm: zie nummer 5
Voor de operatie
De chirurg of de verpleegkundig specialist Coloncare heeft met u besproken welke aandoening u heeft, welke behandeling u krijgt en hoe de operatie verloopt. Voordat u wordt geopereerd, zijn er een aantal voorbereidingen nodig. Deze vinden meestal plaats op de polikliniek.
De voorbereiding bestaat uit:
- een gesprek met de anesthesioloog. Dit is de arts die zorgt voor de verdoving tijdens de operatie;
- bloedonderzoek;
- soms een gesprek met de stomaverpleegkundige, als u mogelijk een stoma krijgt;
- soms een extra gesprek met de verpleegkundig specialist Coloncare.
- Uitleg over de operatie
- Het is belangrijk dat u vóór de operatie goede uitleg krijgt. Als u weet wat er gaat gebeuren, voelt u zich vaak minder onzeker.
De verpleegkundig specialist Coloncare en/of de chirurg vertelt u meer over:
- het ERAS-programma;
- de operatie;
- de zorg na de operatie.
- Prehabilitatie: fit de operatie in
- Voor de operatie kunt u meedoen aan een speciaal programma. Dit heet prehabilitatie. Met dit programma werkt u aan een betere conditie en sterkere spieren. Zo is uw lichaam beter voorbereid op de operatie.
Hierdoor:
- kunt u de operatie beter aan;
- is de kans op problemen na de operatie kleiner;
- herstelt u vaak sneller.
- Soms volgt u hiervoor een programma met een diëtist en een fysiotherapeut. In andere gevallen kunt u de oefeningen en adviezen thuis zelf doen. Uw arts of verpleegkundig specialist vertelt u welke mogelijkheid voor u geldt.
Extra voeding
Bent u in de 6 maanden vóór de operatie zonder bedoeling 6 kilo of meer afgevallen? Of bent u in 1 maand 3 kilo of meer afgevallen? Dan verwijzen wij u naar een diëtist.
De diëtist bekijkt samen met u of u extra voeding nodig heeft en welke voeding het beste bij u past.
Alcohol en roken
Wij raden u aan om vóór de operatie niet te roken en geen alcohol te drinken. Het is het beste om hier minimaal 4 weken vóór de operatie mee te stoppen.
Hierdoor herstelt uw lichaam meestal sneller en is de kans op problemen na de operatie kleiner.
De dag vóór de operatie
Uw chirurg vertelt u of u één dag vóór de operatie wordt opgenomen of op de dag van de operatie naar het ziekenhuis komt.
De Centrale Opnameplanning laat u weten op welke dag, hoe laat en op welke afdeling u zich moet melden.
Op de verpleegafdeling zijn kamers voor één, twee of vier personen. Op de dag van opname krijgt u een kamer toegewezen.
Eten en drinken
U mag de dag vóór de operatie gewoon eten en drinken.
Het is belangrijk dat u minimaal 1,5 liter per dag drinkt, tenzij uw arts iets anders met u heeft afgesproken.
Medicijnen
U krijgt vóór de operatie niet standaard een slaap- of kalmeringsmiddel.
Gebruikt u thuis elke dag een slaap- of kalmeringsmiddel? Neem dit dan mee naar het ziekenhuis. Bespreek met de arts of verpleegkundige of u dit kunt blijven gebruiken.
De darm voorbereiden
Soms moet uw darm vóór de operatie worden schoongemaakt. Of dit nodig is, hangt af van de plek waar u wordt geopereerd.
- Operatie aan het eerste deel van de dikke darm: u hoeft uw darm meestal niet schoon te maken.
- Operatie aan het laatste deel van de dikke darm: u gebruikt de avond vóór de operatie thuis een klysma. Een klysma is een vloeistof die via de anus in de darm wordt gebracht. Hierdoor wordt het laatste deel van de darm leeggemaakt.
U krijgt op de polikliniek uitleg over hoe u het klysma zelf gebruikt.
Wordt u aan de endeldarm geopereerd? Dan moet u de darm soms helemaal schoonmaken. Dit gaat op dezelfde manier als de voorbereiding op een darmonderzoek in het Maag-Darm-Levercentrum. Uw arts of verpleegkundige vertelt u precies wat u moet doen.
De dag van de operatie
Wordt u geopereerd aan het laatste deel van de dikke darm? Dan krijgt u op de dag van de operatie nog een keer een klysma.
Daarna kunt u douchen. De verpleegkundige vertelt u wanneer u de operatiekleding moet aantrekken.
Krijgt u tijdens de operatie misschien een stoma? Dan komt de stomaverpleegkundige vóór de operatie bij u langs. Samen bepaalt u de beste plek voor de stoma op uw buik.
Verdoving en pijnstilling
Vóór de operatie bespreekt de anesthesioloog met u welke pijnstilling u na de operatie krijgt. Meestal krijgt u pijnstillers in de vorm van tabletten.
Soms krijgt u een ruggenprik met een dun slangetje. Via dit slangetje krijgt u pijnstilling. Het slangetje wordt meestal na 2 tot 3 dagen weer verwijderd.
Tijdens de operatie krijgt u ook algehele verdoving (narcose). U slaapt dan en merkt niets van de operatie. De anesthesioloog stemt de verdoving af op uw lengte en gewicht.
Infuus
Vóór de operatie krijgt u een infuus. Dit is een dun plastic slangetje in een bloedvat van uw arm. Via het infuus krijgt u vocht en, als dat nodig is, medicijnen. Als het goed gaat, wordt het infuus meestal op de avond van de operatie verwijderd.
Tijdens de operatie
De chirurg maakt de wond zo klein mogelijk. Een kleinere wond helpt vaak om sneller te herstellen.Tijdens de operatie krijgt u ook een blaaskatheter. Dit is een dun slangetje in uw blaas. Zo kan de urine weglopen tijdens en na de operatie.
In de operatiekamer is het vaak koel. Daarom krijgt u een warmtedeken. Zo blijft uw lichaam goed op temperatuur. Dit helpt om de kans op problemen na de operatie kleiner te maken.
Na de operatie
Na de operatie gaat u eerst naar de uitslaapkamer. Hier houden we u goed in de gaten. We controleren onder andere uw bloeddruk, hartslag en ademhaling. Als alles goed gaat en uw pijn onder controle is, gaat u terug naar de verpleegafdeling.
Pijnstilling
Na de operatie krijgt u pijnstillers. Meestal zijn dit tabletten.
Het is belangrijk dat u de pijnstillers volgens de afspraken inneemt, ook als u op dat moment weinig of geen pijn heeft. Zo voorkomt u dat de pijn erger wordt. Meestal wordt de pijn binnen een paar dagen minder.
De verpleegkundige vraagt u meerdere keren per dag hoeveel pijn u heeft. U geeft uw pijn een cijfer van 0 tot 10:
0 = geen pijn
10 = de ergst denkbare pijn
Zo kunnen we kijken of de pijnstilling goed werkt en deze aanpassen als dat nodig is.Heeft u na uw ontslag nog pijnstillers nodig? Dan bespreekt de arts dit met u. U krijgt dan een recept mee voor de medicijnen.
Eten en drinken
Als u niet misselijk bent, is het belangrijk dat u na de operatie weer gaat drinken.
- Bent u vóór 15.00 uur terug op de afdeling? Probeer dan minimaal 800 ml heldere dranken zonder koolzuur te drinken.
- Bent u na 15.00 uur terug op de afdeling? Probeer dan minimaal 400 ml heldere dranken zonder koolzuur te drinken.
Op de avond van de operatie krijgt u een lichte maaltijd die makkelijk te verteren is.
Eten en drinken
Vanaf de eerste dag na de operatie krijgt u een menukaart. Hieruit kunt u zelf uw maaltijden kiezen.Het is belangrijk dat u genoeg eet en drinkt. Zo krijgt uw lichaam voldoende energie en eiwitten om goed te herstellen.
Probeer elke dag minimaal te eten:
- Vrouwen: 1200 kilocalorieën (kcal)
- Mannen: 1520 kilocalorieën (kcal)
- Bent u misselijk? Vertel dit dan aan de verpleegkundige. U kunt medicijnen krijgen tegen de misselijkheid.
Kauwgom
Het kauwen van suikervrije kauwgom kan ervoor zorgen dat uw darmen sneller weer gaan werken. U mag na de operatie maximaal 6 keer per dag suikervrije kauwgom kauwen. Neem de kauwgom zelf mee naar het ziekenhuis.
Bewegen
Bewegen is belangrijk voor een goed herstel.
Zo snel mogelijk na de operatie helpt een verpleegkundige u om uit bed te komen. Als u goed wakker bent, probeert u 30 tot 60 minuten in een stoel te zitten. Probeer de dagen daarna zo veel mogelijk uit bed te komen en te bewegen. Dit helpt uw lichaam om sneller te herstellen.
Heeft u te veel pijn om te bewegen? Vertel dit dan aan de verpleegkundige. We kunnen de pijnstilling aanpassen als dat nodig is.
De dag na de operatie komt de fysiotherapeut bij u langs.
U kunt ook gebruikmaken van de lounge op de afdeling om daar uw lunch te eten.
Goed ademhalen en hoesten
U krijgt van de verpleegkundige een klein kussentje. Houd dit tegen uw buik als u diep ademhaalt of moet hoesten. Dit geeft steun aan de wond en maakt het vaak minder pijnlijk.
Kleding
Neem makkelijke, ruim zittende kleding mee voor overdag. Neem ook nachtkleding mee voor de nacht. Heeft u dit niet bij u? Dan kan een naaste dit later voor u meenemen.
Laxeermiddel
Na de operatie krijgt u 2 keer per dag een laxeermiddel. Dit helpt uw darmen weer goed te werken en voorkomt verstopping. U begint hiermee op de dag na de operatie. Blijf ook goed eten, drinken en bewegen. Dat helpt u om sneller te herstellen.
Een stoma verzorgen
Heeft u tijdens de operatie een stoma gekregen? Dan leert een verpleegkundige u hoe u de stoma verzorgt.
- Bent u vóór 15.00 uur terug op de verpleegafdeling? Dan begint u hier meestal dezelfde avond mee.
- Bent u na 15.00 uur terug op de afdeling? Dan begint dit de volgende ochtend. Als u dat wilt, kan een naaste hierbij aanwezig zijn en meedoen.
De dag na de operatie komt de stomaverpleegkundige bij u langs. U krijgt een toilettasje met spullen om uw stoma te verzorgen en extra informatie.
Elke dag oefent u samen met de verpleegkundige hoe u de stoma zelf kunt verzorgen. Ook uw naaste kan hierbij betrokken blijven.
Naar huis
U mag naar huis als u aan de volgende voorwaarden voldoet:
- U heeft ontlasting gehad of u heeft windjes gelaten.
- De uitslag van uw bloedonderzoek is goed genoeg. Dit bloedonderzoek wordt meestal op de tweede en/of derde dag na de operatie gedaan.
- U kunt weer normaal eten.
- U heeft weinig pijn en de pijn is goed onder controle met de voorgeschreven pijnstillers.
- U voelt zich goed genoeg om naar huis te gaan.
- Er is iemand in uw omgeving die u thuis kan helpen als dat nodig is.
- De chirurg bespreekt samen met u wanneer u veilig naar huis kunt.
Medicijnen
Gaat u op de tweede dag na de operatie naar huis? Dan krijgt u een laxeermiddel mee. U gebruikt dit maximaal tot de vierde dag na de operatie.
Mogelijke risico's
Bij elke operatie is er een kleine kans op problemen. Bijvoorbeeld:
- een longontsteking;
- een blaasontsteking;
- een wondinfectie;
- een lekkage van de darm.
- Omdat u vaak al snel naar huis gaat, kunnen deze problemen ook pas thuis ontstaan.
Voordat u naar huis gaat, bespreekt de verpleegkundige de leefregels met u. U krijgt ook uitleg over wanneer u contact moet opnemen met het ziekenhuis.
De telefoonnummers die u hiervoor kunt gebruiken, vindt u op de volgende pagina.
Bereikbaarheid na ontslag
Thuis of in de vervolginstelling kunnen er vragen of problemen ontstaan waardoor u contact op wilt nemen met het ziekenhuis.
Verpleegkundig specialist coloncare:
T 010 297 58 33
Maandag t/m donderdag 08.00 – 16.00 uur
Polikliniek chirurgie:
T 010 297 52 20
Maandag t/m donderdag 08.15 - 16.30 uur
Afdeling spoedeisende hulp:
T 010 297 53 00
Tijdens feestdagen, weekend, avond of nacht kunt u contact opnemen met de spoedeisende hulp
EIGEN AANTEKENINGEN:
.....................................................................................................................................................
.....................................................................................................................................................
.....................................................................................................................................................
.....................................................................................................................................................
.....................................................................................................................................................
.....................................................................................................................................................
.....................................................................................................................................................
.....................................................................................................................................................
.....................................................................................................................................................
.....................................................................................................................................................
.....................................................................................................................................................
.....................................................................................................................................................
.....................................................................................................................................................
.....................................................................................................................................................
.....................................................................................................................................................
.....................................................................................................................................................
.....................................................................................................................................................