Anesthesie bij kinderen
Preoperatieve polikliniek
Inleiding
Binnenkort ondergaat uw kind een operatie.
Uw kind bezoekt vóór de operatie de polikliniek anesthesiologie voor een preoperatieve screening (POS). Het vooronderzoek op operatie en anesthesie wordt pre-operatieve screening genoemd. De anesthesioloog zal vragen stellen over de gezondheid van uw kind, lichamelijk onderzoek doen en u informatie geven over de vorm van anesthesie (narcose en verdoving), die nodig is voor de operatie. Het vooronderzoek kan ook via een (beeld) belafspraak plaats vinden.
Het is slim om uw kind van te voren voor te bereiden op de operatie. Het is belangrijk om uw kind beetje bij beetje te vertellen wat er vóór en na de operatie gaat gebeuren. Uw kind heeft tijd nodig om die informatie op zijn gemak te verwerken. Dit kan via de kinderwebsite, deze kunt u vinden door de QR code te scannen. Op de kinderwebsite vindt u de voorlichtingsfilms en andere informatie over de operatie.
U krijgt op tijd een oproep (bericht) voor de operatie van uw kind.
In dit informatieboekje zijn de belangrijkste punten nog eens op een rij gezet.
Wij vragen u de aangekruiste onderwerpen goed door te lezen.
x 1. Voorbereiding op de operatie blz. 4
x 2. Time out blz. 6
☐ 3. Operaties bij kinderen blz. 7
☐ 4. Eigen medicijnen blz. 11
x 5. Wijzigingen in de gezondheidstoestand blz. 12
x 6. Nazorg blz. 12
Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen naar de Preoperatieve polikliniek
(POP): T 010 297 57 50, van maandag t/m vrijdag van 8.15 – 16.30 uur.
1. Voorbereiding op de (spoed) operatie
Soms moet uw kind al een dag vóór de operatie worden opgenomen voor onderzoek of voorbereiding. Op deze dag hoeft uw kind niet ‘nuchter’ te komen. U krijgt het altijd te horen als dit nodig is.
Meestal wordt er met u afgesproken dat uw kind ‘nuchter’ mag komen op de dag van de operatie. Uw kind moet ’nuchter’ zijn om braken tijdens en na de operatie te voorkomen.
Om nuchter te zijn, moet uw kind zich houden aan de volgende regels:
-
Uw kind mag tot 6 uur voor de opname normaal vast voedsel eten en gewoon drinken. Als voorbeeld: uw kind moet om 7.00 uur komen voor opname dan mag uw kind tot 1.00 uur 's nacht iets eten.
-
Uw kind mag hierna alleen nog maar water, thee, heldere appelsap of heldere aanmaaklimonade drinken. (GEEN melk, pap of ander sap).
Drinken mag TOT AAN de voordeur van het ziekenhuis. Daarna niets meer!
Voor baby’s die borst- of flesvoeding krijgen geldt het volgende:
-
Borstvoeding mag tot 4 uur voor de opname gegeven worden
-
Flesvoeding mag tot 6 uur voor de opname gegeven worden
Hierna alleen nog heldere vloeistoffen (water, thee, heldere appelsap of heldere aanmaaklimonade)
Een kind voelt zich vaak beter als het iets heeft mogen drinken. Wij vragen u daarom volgens bovenstaand voorschrift iets te drinken te geven, zodat uw kind niet te lang nuchter is.
Voor de operatie moet uw kind sieraden afdoen. Ook eventuele make-up, crème, nagellak en acrylnagels moeten worden verwijderd.
Als uw kind contactlenzen en/of een losse beugel heeft, dan moeten deze op de verpleegafdeling blijven. Een gehoorapparaat mag uw kind inhouden behalve bij ooroperaties. Als uw kind een bril draagt mag deze gedragen worden tot vlak voor de ingreep.
Op de operatieafdeling wordt uw kind ontvangen door een anesthesieassistent die uw kind begeleidt en de anesthesioloog assisteert. De anesthesioloog die de narcose of verdoving toedient bij uw kind, kan een andere anesthesioloog zijn dan die u op de polikliniek heeft ontmoet. We proberen voor uw kind het aantal medewerkers wat om uw kind heen staat te beperken. Laat uw kind zich vooral focussen op de medisch pedagoog. Zij wordt ingezet om het kind af te leiden en daarmee de angst te verminderen.
2. Time out, onze controle voor een veiliger operatieklimaat
Op de operatieafdeling stelt het operatieteam zich aan uw kind voor. Ook zal nog een aantal keer gevraagd worden wie uw kind is en welke operatie er gaat plaatsvinden. Deze controles worden gedaan, zodat het operatieteam zeker weet dat de juiste operatie wordt uitgevoerd.
Ook zal het operatieteam elkaar nog van informatie voorzien die belangrijk is voor het uitvoeren van de operatie. Dit alles gebeurt om zo veilig mogelijk te werken. Als al deze controles uitgevoerd zijn kan de operatie uitgevoerd worden.
Gedurende de operatie blijft de anesthesioloog of de anesthesiemedewerker bij uw kind. Onder andere worden het hartritme, de bloeddruk en de ademhaling bewaakt.
Na de operatie gaat uw kind naar de uitslaapkamer (verkoeverkamer). Hier wordt uw kind bewaakt tot hij/zij wakker is, de narcose is uitgewerkt en de pijn onder controle is.
Na de operatie wordt een pijnscore bijgehouden. De pijnscore houdt in dat een aantal keer per dag aan uw kind wordt gevraagd om de pijn die hij/zij op dat moment voelt, een cijfer te geven. Dit cijfer ligt tussen de 0 en 10. Cijfer 0 is geen pijn en cijfer 10 is de ergst denkbare pijn. Door middel van deze pijnscore kan de pijnstilling zo optimaal mogelijk worden ingesteld. Bij opname op de verpleegafdeling krijgt u hierover meer informatie. Er kan naast een pijnscore ook gebruikt worden gemaakt van een smiley meter.
(Geen pijn) 0-1–2–3–4–5–6–7–8–9–10 (Ergst denkbare pijn).
3. (Spoed) Operaties bij kinderen
Als uw kind geopereerd moet worden mag één van de ouders erbij zijn als hij/zij onder narcose wordt gebracht. De verpleegkundige en de medisch pedagoog van de afdeling brengen samen met u, uw kind per bed naar het operatiecomplex. Daar worden bijzonderheden overgedragen aan de anesthesieassistent en krijgt u een schort/ disposable pak en slofjes aan en een muts op voor de hygiëne.
Uw kind wordt onder narcose gebracht met een kapje of met behulp van een infuus. De anesthesioloog bepaalt wat voor uw kind de beste methode is en zal dit met u bespreken op het spreekuur. De methode (manier) hangt af van leeftijd, gewicht, gezondheid en soort ingreep. Als een infuus ingebracht moet worden zal er zal er gebruik gemaakt worden van een zgn Buzzy, en soms verdovende zalf. De Buzzy is een speciaal apparaatje dat door koeling en trilling de huid minder gevoelig maakt tijdens het inbrengen van het infuus. Ook zijn we gestart met het gebruik van een VR bril om het kind af te leiden en te entertainen. Of het bij uw kind gebruikt kan/zal worden, hoort u op de afdeling.
Als u zwanger bent wordt het afgeraden om met uw kind mee te gaan als hij/zij onder narcose wordt gebracht met een kapje. Zorgt u in dit geval dat er een andere ouder/verzorger meegaat met uw kind tijdens het onder narcose brengen.
U blijft bij uw kind tot hij/ zij slaapt. Het is belangrijk dat u de instructies van de anesthesioloog opvolgt. De anesthesioloog houdt uw kind verder in slaap. Zo nodig wordt dan alsnog een infuus ingebracht.
Tijdens de meeste operaties wordt onder narcose buisje in de keel ingebracht om de ademhaling te regelen. Uw kind merkt hier niets van, en het buisje gaat er meteen uit als uw kind weer wakker wordt. Geef daarom altijd van tevoren aan of uw kind losse tanden heeft.
Bij een korte ingreep (maximaal 15-30 minuten) kunt u tijdens de ingreep wachten op de operatieafdeling totdat de ingreep voorbij is. Wacht wel tot de verpleegkundige u roept om te komen.
Bij een ingreep die langer duurt, kunt u op de afdeling wachten en brengt de verpleegkundige u na de ingreep gelijk naar uw kind.
Na de operatie wordt uw kind naar de uitslaapkamer gebracht. Een medewerker brengt u naar uw kind toe als het weer wakker wordt. De verkoeververpleegkundige beoordeelt in overleg met de anesthesioloog wanneer kind weer terug kan naar de afdeling. De verpleegkundige van de afdeling komt u en uw kind weer ophalen.
Bij een besnijdenis (circumcisie), liesbreukoperatie, operatie aan de teelballetjes of operatie aan het been of de voet wordt vaak nog een extra pijnstillende injectie gegeven, terwijl uw kind onder narcose is. Dit kan een kinderruggenprik zijn, een prik bij de penis of in de lies, afhankelijk van de soort operatie. Dit werkt tot enkele uren na het ontwaken van het kind nog door en geeft goede pijnstilling. Dit zal van tevoren met u besproken worden en er zal om toestemming gevraagd worden. Na de ruggenprik kan het zijn dat uw kind tijdelijk niet goed kan plassen. U zal dan op de afdeling blijven totdat uw kind weer geplast heeft. Ook kan uw kind net na de ingreep nog wat wankel op de benen staan.
De verdere pijnstilling gaat met behulp van zetpillen of tabletten. Het is de bedoeling dat u volgens het hier volgend voorschrift thuis al met de pijnstilling start.
Vóór uw komst naar het ziekenhuis thuis al geven (op de dag van de operatie):
☐ .............. mg paracetamol zetpil/ tablet en
☐ .............. mg diclofenac zetpil/ tablet
Na de operatie
Gedurende 48 uur na de operatie wordt het ten zeerste aangeraden uw kind de pijnmedicatie op afgesproken tijden te geven.
☐ .............. x per dag .............. mg paracetamol zetpil/tablet
en
☐ .............. x per dag .............. mg diclofenac zetpil/ tablet
Paracetamol kunt u zelf kopen bij apotheek of drogist. Voor diclofenac krijgt u een recept mee van de anesthesioloog op de Preoperatieve Screening. (POS). Of uw recept wordt digitaal naar uw apotheek verzonden.
De dosis die aangehouden wordt voor de pijnstilling na de operatie is veelal hoger dan u gewend bent. Dit is geen enkel bezwaar indien dit niet langer dan 3 – 5 dagen gegeven wordt.
4. Eigen medicijnen
Neemt u de medicijnen die uw kind gebruikt altijd mee naar het ziekenhuis!
Voor de operatie is het noodzakelijk dat uw kind
O .............. dagen vóór de operatie stopt met:
O op de dag van de operatie wél inneemt:
(met water)
O op de dag van de operatie niet inneemt:
5. Wijzigingen in de gezondheidstoestand
Als de gezondheidstoestand van uw kind verandert in de periode tussen het bezoek aan de anesthesioloog en de operatie, moet u dit tevoren melden. Bijvoorbeeld als uw kind (andere) medicijnen is gaan gebruiken, ziek of opgenomen is geweest. U kunt dit melden bij de Preoperatieve Screening (POS), T 010 297 57 50.
6. Nazorg
Na de ingreep krijgt u van de verpleegkundige uitleg mee. Zij schrijft op wanneer uw kind de laatste pijstilling heeft gekregen en wanneer u weer pijnstillers thuis mag geven.
Heeft u na de narcose of verdoving nog vragen of houdt uw kind klachten die hier volgens u mee te maken hebben, kunt u altijd contact opnemen met de anesthesioloog. Blijft uw kind, ondanks de voorgeschreven pijnstilling toch pijnlijk, kunt u altijd contact opnemen met de anesthesioloog.
U kunt bellen naar de Preoperatieve Screening (POS), maandag t/m vrijdag tussen 8.15 en 16.30 uur, T 010 297 57 50.
Buiten deze uren kunt u via de telefoniste (010 297 50 00) vragen naar de dienstdoende anesthesioloog.
Overige opmerkingen:
De maatschap Anesthesiologie bestaat uit:
C. Bello
M. van Dommelen
L. Klompe
M. Los
M. van den Nieuwenhuyzen
C. Sie
R. Soekhoe
K. Dahmen
K. Fasbender
C. van Oort
F. Verhoeven
L. Vroon
De maatschap Anesthesiologie leidt ook op tot anesthesioloog. U kunt dus ook te maken krijgen met arts-assistenten in opleiding tot anesthesioloog