Artroscopie
Orthopedie
Wat is artroscopie?
Artroscopie is een onderzoek waarbij in een gewricht gekeken wordt. Dit gebeurt vaak in de knie, maar soms ook in de schouder, elleboog, pols, heup of enkel. Met artroscopie kunnen verschillende onderdelen van de knie gezien worden, zoals kraakbeen, de meniscus, de kruisbanden en het gewrichtskapsel. Ook kan bekeken worden of er iets mis is, bijvoorbeeld bij kraakbeen, de meniscus, de kruisbanden of het kapsel. Vaak kan meteen een behandeling volgen als er iets afwijkends wordt gevonden.
Rechterknie
A. Knieschijf
B. Bovenbeen
C. Voorste kruisband
D. Achterste kruisband
E. Binnenste meniscus
F. Buitenste meniscus
G. Onderbeen
Hoe gaat een artroscopie?
Bij een artroscopie wordt een klein kijkertje (artroscoop) via een klein gaatje (ongeveer 1 cm) in de knie ingebracht. Het kijkertje is verbonden met een videocamera en een beeldscherm. Ook wordt het kijkertje aangesloten op een lichtbron, zodat er goed gezien kan worden wat er in de knie gebeurt. Tijdens de ingreep wordt de knie gevuld met een heldere vloeistof om beter zicht te krijgen. Hiervoor wordt een slangetje gebruikt voor het in- en uitlaten van de vloeistof. Via een tweede klein gaatje kan een dun instrument worden ingebracht om behandelingen uit te voeren zonder de knie open te maken.
Verdoving
Voor de ingreep wordt u naar de Centrale Opname Planning gestuurd. Daar worden uw gegevens opgenomen en krijgt u bericht over de datum van de operatie. In overleg met u wordt een afspraak gemaakt bij de preoperatieve polikliniek (POP). Hier heeft u een gesprek met een anesthesist en een verpleegkundige over de verdoving en de operatie. De anesthesist is de arts die de verdoving verzorgt. De ingreep kan onder algehele narcose (u slaapt volledig) of met een ruggenprik (de onderkant van uw lichaam is verdoofd) plaatsvinden. De anesthesist bespreekt met u wat het beste voor u is. Op de POP krijgt u een brochure met informatie over de verdoving. De verpleegkundige legt u uit wat er precies gebeurt bij de opname.
De ingreep
Krijgt u een ruggenprik? Dan kunt u, als u dat wilt, meekijken en de ingreep volgen op het beeldscherm. De orthopedisch chirurg kan u uitleg geven terwijl u meekijkt. Wilt u liever niet meekijken? Dan wordt het scherm voor u afgeschermd en kunt u een slaapmiddel krijgen, zodat u tijdens de ingreep licht slaapt. Na de ingreep wordt u naar de recovery (de uitslaapkamer) gebracht. Als u helemaal wakker bent en alles goed gecontroleerd is, gaat u terug naar de afdeling.
U moet in bed blijven totdat de kracht en het gevoel in uw benen weer terug zijn.
Wat is er te zien en wat wordt er gedaan tijdens een artroscopie?
Een meniscusscheur is goed te behandelen met artroscopie. De meniscus is een soort schokdemper tussen het kraakbeen van het boven- en onderbeen. Het is een belangrijk onderdeel van de knie en moet goed verzorgd worden. Een gescheurde meniscus kan het kraakbeen beschadigen, en daarom moet het gescheurde deel verwijderd worden. Tijdens de artroscopie wordt alleen het beschadigde deel van de meniscus weggehaald, zodat het gezonde deel blijft zitten. Ook kunnen losse stukjes bot, kraakbeen of meniscus gemakkelijk verwijderd worden. Beschadigd kraakbeen kan niet opnieuw gemaakt worden. Het lichaam kan wel een beetje herstellen, maar dat gaat langzaam. Veel ingrepen kunnen met artroscopie gedaan worden. Soms kan dat niet en moet er een grotere snee worden gemaakt (bijvoorbeeld bij een binnen- of buitenkniebandscheur). In dat geval is de nabehandeling anders, bijvoorbeeld met gips, en blijft u langer in het ziekenhuis. Soms moet er eerst met u overlegd worden wat er gedaan kan worden en moet een andere afspraak worden gemaakt, bijvoorbeeld bij een kruisbandscheur.
Bij een artroscopische ingreep kunt u vaak dezelfde dag of de volgende dag naar huis, afhankelijk van het tijdstip van de operatie.
Complicaties (problemen)
Bij elke operatie kunnen problemen optreden, maar dit komt bij artroscopische ingrepen meestal niet vaak voor.
De knie kan dik worden door irritatie van het gewricht, bijvoorbeeld door te veel lopen. De knie kan ook dik worden door een bloeding, bijvoorbeeld als de knie te snel wordt gebogen en het wondje open gaat. In zeer zeldzame gevallen kan er een infectie komen. Een longembolie is ook een zeldzame complicatie. Trombose is altijd een risico, vooral als u daar eerder last van heeft gehad. Heeft u al eens een trombosebeen of longembolie gehad, meld dit dan altijd!
Let op: De roodheid die u na de operatie op uw been ziet, komt van de kleurstof die is toegevoegd aan het schoonmaakmiddel. Dit maakt zichtbaar waar de huid schoongemaakt is en is geen ontsteking.
Na de operatie
-
Sneetjes die tijdens de operatie zijn gemaakt, worden niet gehecht maar met een hechtpleister dichtplakt door de orthopedische chirurg. Over de hechtpleisters heen komt een steriel gaas en een drukverband dat drie dagen moet blijven zitten;
-
Pijnstillers krijgt u vlak voor de operatie. Daarna kunt u thuis, gedurende de eerste paar dagen, zo nodig om de 6 uur twee Paracetamol tabletten van 500 mg innemen;
-
Tijdens het rusten legt u uw been omhoog om zwelling te voorkomen en/of verminderen;
-
In de eerste week mag u de knie belasten op geleide van klachten. Dit om te voorkomen dat de hechtpleisters los laten. Dit betekent dat u tijdens het lopen de knie niet volledig gestrekt hoeft te houden;
-
Met traplopen mag u niet doorstappen, dit betekent:
- de trap op: eerst het goede been op de tree en vervolgens het geopereerde been ernaast zetten.
- de trap af: eerst het geopereerde been, dan het andere been ernaast zetten;
-
Autorijden mag in overleg met de orthopeed na de eerste poliklinische controle;
-
In de eerste week na de operatie mag u alleen kleine afstanden binnenshuis lopen om te voorkomen dat de knie dik wordt. Als de knie dik wordt kan het zijn dat u te veel gelopen heeft of de knie te veel gebogen heeft;
-
Na de poliklinische controle mag u meer gaan lopen en de knie buigen op geleide van de pijn/zwelling;
-
Krukken zijn gewoonlijk niet nodig;
-
De enkel goed bewegen, de voet optrekken, dit om de kans op trombose zoveel mogelijk te beperken;
-
U mag het drukverband na 3 dagen verwijderen, hierna kunt u weer douchen. Let op: niet met zeep op de wondjes of in bad.
De nabehandeling / het oefenen
De nabehandeling bestaat uit oefenen (elk uur 5 minuten) volgens de instructies die u voor of na de ingreep van de fysiotherapeut of verpleegkundige heeft gekregen. Direct na de ingreep kunt u al starten met oefenen.
Het gaat erom dat de bovenbeenspieren op de juiste wijze worden aangespannen met een gestrekt been (rechte knie) om te voorkomen dat de spieren in korte tijd verslappen.
Er wordt gestart met de oefening waarbij u het been gestrekt moet heffen. Dit houdt u 10 tellen vast en herhaalt dit 10 maal met beide benen. U herhaalt dit 10 maal per dag of elk uur.
De oefeningen kunnen liggend of zittend uitgevoerd worden. Als u de oefening met gemak kunt uitvoeren, kunt u de oefening verzwaren door een tasje met een gewichtje van 0,5-1 kilo aan de voet te hangen. Of u drukt zachtjes met de voet tegen de onderkant van een tafelblad aan. U doet hierbij hetzelfde aantal herhalingen en oefenmomenten zoals eerder beschreven.
-
Fysiotherapie wordt niet voorgeschreven. Als later blijkt dat fysiotherapie nodig is wordt dit bij de poliklinische controle door de orthopeed met u besproken.
-
Poliklinische controle bij de orthopeed vindt ongeveer 1 week na de operatie plaats. Er wordt gekeken of de knie niet te dik is en of de bovenbeenspieren voldoende krachtig zijn. Dat de huidwondjes genezen zijn, betekent nog niet dat de sneetjes die in het gewrichtskapsel zijn gemaakt al voldoende genezen zijn, daarom blijft er nog enkele weken een lichte verdikking aanwezig onder de huidwondjes.
-
Maximaal buigen van de knie, zoals hurken, dient men de eerste weken te beperken, omdat er anders veel spanning komt op de wondjes. Men zal vanzelf merken wanneer dat weer goed mogelijk is. Hetzelfde geldt voor knielen.
-
In plaats van hurken en knielen is het beter om de geopereerde knie 90 graden te buigen en met de andere knie te knielen.
-
Werkhervatting is afhankelijk van de aard van uw werk. Als de wondjes genezen zijn, ongeveer na 12 dagen, is er geen bezwaar tegen het hervatten van de werkzaamheden. Zwaar kniebelastende werkzaamheden, zoals werken op ladders, veel hurkend of knielend werk, kan na ongeveer 3 weken hervat worden. Intussen moet u dan wel doorgaan met regelmatig oefenen.
-
U kunt weer beginnen met sporten nadat de wondjes genezen zijn. Sommige activiteiten zoals joggen, fietsen en zwemmen kunnen uiteraard eerder dan contactsporten zoals voetbal en volleybal. Hiermee kunt u na 2 maanden weer beginnen. Contactsporten hebben in het algemeen een verhoogd risico op knieblessures. De training moet weer geleidelijk opgebouwd worden na de operatie.
Als de knie dikker wordt, moet u het been hoog leggen, de activiteiten zoals lopen/traplopen tijdelijk verminderen en vaker de spieroefeningen doen.
Als u vragen heeft, is het verstandig deze op te schrijven zodat u ze niet vergeet te stellen voor de operatie of tijdens uw polikliniekbezoek.
Wij hopen dat u door deze informatie beter op de operatie bent voorbereid.
Maatschap Orthopedie
Polikliniek Orthopedie
T 010 297 54 20
Polikliniek Fysiotherapie
T 010 297 54 80
Verpleegafdeling 4CJ
T 010 297 52 24