Bevallen van een kind in stuitligging
Moeder en Kind Centrum
Inhoudsopgave
In het kort 3
Een vaginale bevalling van een kind in stuitligging 4
Hoe verloopt een gewone bevalling in stuitligging? 4
Mogelijke complicaties bij de moeder 5
Mogelijke complicaties bij het kind 5
Een keizersnede bij een kind in stuitligging 6
Mogelijke complicaties bij de moeder 6
Mogelijke complicaties bij het kind 6
Na de keizersnede, gevolgen voor latere zwangerschappen 7
Het maken van een keuze 7
Wanneer is een vaginale bevalling mogelijk? 7
Kunt u kiezen? 8
Het maken van een keuze 9
voor- en nadelen op een rij 9
Tot slot 10
In het kort
Een kind dat tegen het einde van de zwangerschap met de billen, in plaats van het hoofd, omlaag ligt wordt een kind in stuitligging genoemd. Meestal weet men niet waarom een kind in stuitligging ligt. Een stuitligging komt vaker voor bij een tweeling- of meerlingzwangerschap, bij een afwijkende vorm van de baarmoeder of het bekken, bij een moederkoek of vleesboom die voor de uitgang ligt, bij aangeboren afwijkingen van het kind en vaker in de eerste maanden van de zwangerschap.
Een kind in stuitligging kan vaak gewoon via de vagina geboren worden waarbij de billen of voeten als eerste worden geboren. Ook kan een kind in stuitligging door middel van een keizersnede worden geboren. Het kind in stuitligging kan tijdens de zwangerschap soms gedraaid worden naar alsnog een hoofdligging. In Nederland hebben de gynaecologen een aantal voorwaarden afgesproken waaronder een kind in stuitligging vaginaal geboren kan worden.
De vaginale bevalling bij een stuitligging
Hoe verloopt een gewone bevalling in stuitligging?
Net als bij een gewone bevalling heeft een een stuitbevalling ook drie verschillende perioden: de ontsluiting, het persen en de periode na de geboorte (zie de gewone bevalling).
Het is belangrijk dat u weet dat een stuitbevalling net zo lang duurt en even pijnlijk is als een bevalling van een kind in hoofdligging.
De ontsluitingsfase bij een stuitbevalling verloopt vaak iets anders. Bij een stuitligging liggen de billen, benen of voeten beneden en drukken op de baarmoedermond. Omdat deze kleiner zijn dan het hoofd kunnen deze al door de baarmoedermond zakken en persdrang geven voordat er volledige ontsluiting is. Bij een stuitligging kan persdrang daarom eerder ontstaan dan er volledige ontsluiting is en mag u soms pas later persen. Omdat bij een stuitligging geen hulp geboden kan worden, zoals bij een hoofdligging, in de vorm van een vacuümbevalling kan het voorkomen dat na het bereiken van volledige ontsluiting nog even gewacht wordt met actief persen om de kans op een vaginale bevalling zo groot mogelijk te maken.
Het persen is hetzelfde als bij een kind in hoofdligging. Aan het einde, als het lichaam van de baby geboren is tot ongeveer halverwege, vraagt de gynaecoloog u te zuchten en te stoppen met persen. In de volgende wee kan dan het hoofd in een keer geboren worden. Bij de geboorte van het hoofd drukt vaak een assistent boven uw schaambeen, om ervoor te zorgen dat het hoofd goed door het bekken gaat.
Bij een stuitbevalling maakt men bijna altijd een dwarsbed: het voeteneinde van het verlosbed wordt weggehaald en u plaatst uw benen in beensteunen (net als bij inwendig onderzoek op een gynaecologische stoel).
De gynaecoloog kan dan tussen uw benen staan om te helpen bij de geboorte.
Wanneer u graag wil bevallen op handen en knieën (“all-fours” houding) kunt u dit met ons bespreken.
Bij een kind in onvolkomen stuitligging, met de benen omhoog, worden eerst de billen geboren, daarna de rest van het lichaam en de armen, en tot slot het hoofd. De geboorte van een kind in volkomen stuitligging verloopt hetzelfde, maar dan worden eerst een of twee benen geboren.
Controle van de hartslag kan gewoon plaatsvinden, of uitwendig, via de buik, of inwendig, via een elektrodedraadje op de bil van uw kind.
Mogelijke complicaties (problemen) bij de moeder
De kans op complicaties voor de moeder is bij een bevalling in stuitligging niet groter dan bij een bevalling in hoofdligging. Wel is er meer kans dat de gynaecoloog tijdens de bevalling besluit tot een keizersnede.
Mogelijke complicaties (problemen) bij het kind
Kinderen in stuitligging die vaginaal worden geboren, worden vaker kort na de geboorte op de couveuseafdeling opgenomen dan kinderen die geboren worden na een keizersnede. Dit gebeurt bij 1 op de 44 kinderen (2.3%), bij een geplande keizersnede is dat 1 op de 330 kinderen. Er bestaan verschillende redenen voor zo’n opname. Soms heeft het kind na de geboorte behoefte aan extra zuurstof of moet het geholpen worden bij de ademhaling. Een andere reden voor een couveuseopname is een beschadiging die bij de geboorte is opgetreden, zoals een botbreuk, een zenuwbeschadiging of een hersenbloeding. Een dergelijke beschadiging komt haast niet voor.
Op de lange termijn is er geen verschil in het risico op sterfte en is de ontwikkeling van een kind geboren in stuitligging door middel van een keizersnede hetzelfde als die van een kind in stuitligging die vaginaal wordt geboren.
De keizersnede bij een stuitligging
Voor algemene informatie over de keizersnede zie: De keizersnede.
Mogelijke complicaties (problemen) bij de moeder
De kans op complicaties door een keizersnede is voor gezonde zwangeren heel erg klein, maar toch altijd groter dan na een gewone bevalling.
Het gaat hier om niet-levensbedreigende complicaties. Sommige, zoals bloedarmoede of trombose, komen ook na een gewone bevalling voor. Anderen, zoals een nabloeding in de buik, een bloeduitstorting of wondinfectie, een beschadiging van de blaas, of het niet goed op gang komen van de darmen, kan komen door de keizersnede. Ook een blaasontsteking komt na deze operatie vaker voor dan na een gewone bevalling. Pijn door een zenuwbeschadiging in de bikinisnede komt haast niet voor.
Mogelijke complicaties bij het kind
Een enkele keer is het bij een keizersnede moeilijk een kind dat in stuitligging ligt uit de baarmoeder te halen, en kan een (zenuw)beschadiging optreden. Wanneer de keizersnede te vroeg in de zwangerschap wordt gepland, om zo een spontane bevalling te voorkomen, kan het kind longproblemen krijgen waarvoor opname op de couveuseafdeling noodzakelijk is.
Dit betekent dat wij altijd de keizersnede proberen te plannen in de laatste week voor de uitgerekende datum. Mocht de bevalling voor deze afgesproken datum vanzelf op gang komen, zal de keizersnede op dat moment worden uitgevoerd. Het kan zijn dat de bevalling zich aankondigt doordat de vliezen breken en voordat de weeën op gang gekomen zijn. In dat geval kan het zo zijn dat de geplande keizersnede ingepland wordt in het dagelijkse programma van onze afdeling.
Na de keizersnede, gevolgen voor latere zwangerschappen
Het litteken in de baarmoeder is een nadeel bij een volgende bevalling.
U krijgt na een keizersnede het advies in het ziekenhuis te bevallen, omdat het litteken een verhoogde kans op problemen tijdens een volgende bevalling met zich meebrengt. Voorbeelden daarvan zijn het openscheuren van het litteken, een voorliggende moederkoek, of een moederkoek die heel vast met de baarmoeder vergroeid is. Hoewel deze complicaties haast niet voorkomen, komen ze vaker voor na een keizersnede dan na een gewone bevalling.
Het maken van een keuze
Wanneer is een bevalling vaginaal mogelijk? De gynaecoloog zal met u en uw partner besprekenof een vaginale bevalling veilig is, of dat het beter is een keizersnede te doen.
Binnen onze afdeling kennen wij geen standaardbehandeling voor vrouwen met een kind in stuitligging en proberen wij altijd van geval tot geval te bekijken welke wijze van bevallen, naar ons idee, voor u mogelijk en verstandig is.
Voorwaarden voor een veilige vaginale bevalling zijn:
de aanstaande ouders moeten beiden achter deze keuze staan
bij een vorige bevalling waren er geen ernstige problemen, zoals een technisch lastig uit te voeren vacuümverlossing (een gemakkelijk uit te voeren vacuümverlossing de vorige keer is geen bezwaar)
het geschatte gewicht van het kind is niet te hoog;
het hoofd van het kind ligt voorover en niet achterover gebogen;
er is enige indaling van de stuit in het bekken;
de ontsluiting en de uitdrijving vorderen goed tijdens de bevalling.
Kunt u kiezen?
U kunt na een gesprek met uw gynaecoloog kiezen tussen een keizersnede of een vaginale bevalling. Voorwaarde hiervoor is wel dat de gynaecoloog die de vaginale bevalling begeleidt, een vaginale bevalling verantwoord/goed vindt.
In de volgende situaties hebt u geen keuze:
het is te laat om een keizersnede te doen: het kind staat op het punt staat geboren te worden;
het is te vroeg om een keizersnede te doen: bij een bevalling die nog niet op gang is gekomen zal de gynaecoloog pas een keizersnede doen na 39 voldragen zwangerschapsweken. Voor deze tijd bestaat er een te hoog risico op ademhalingsproblemen bij uw baby
de gynaecoloog vindt het niet goed om u vaginaal te laten bevallen. Redenen hiervoor kunnen bijvoorbeeld zijn dat het kind te groot is of niet goed ligt, dat u de vorige keer een technisch lastig verlopen bevalling hebt gehad, dat de ontsluiting of de uitdrijving onvoldoende vordert, of dat de harttonen verslechteren.
Het maken van een keuze
Als het voor u als aanstaande ouders mogelijk is te kiezen tussen een vaginale bevalling of een keizersnede, is het belangrijk dat u alle voor -en tegens zo goed mogelijk op een rij zet. U kunt eerst denken dat de keizersnede de veiligste weg is om geboren te worden, maar aan een keizersnede zitten ook nadelen.
Voor- en nadelen van een vaginale bevalling en keizersnede op een rij
|
Voordelen |
Nadelen |
|
Vaginale bevalling |
|
|
Natuurlijk, spontaan |
kleine verhoogde kans op problemen van het kind kort na de geboorte |
|
Geen nadelen van operatie |
|
|
Ziekenhuisopname korter |
|
|
Herstel sneller |
|
|
Volgende bevalling eventueel thuis mogelijk |
|
|
Keizersnede |
|
|
Iets minder kans op problemen van het kind na de geboorte |
Ziekenhuisopname duurt langer |
|
Herstel langzamer |
|
|
Hogere kans op complicaties voor de moeder |
|
|
Geen thuisbevalling |
|
|
Kleine verhoogde kans op complicaties tijdens een volgende bevalling |
|
© NVOG
Tot slot
Een kind in stuitligging geeft meestal aanleiding tot veel vragen. Bespreek met uw gynaecoloog, aan de hand van bovenstaande tekst, uw ideeën, eventuele twijfels en zorgen.
www.ikazia.nl