Borstamputatie
Chirurgie
Algemeen
U heeft van de verpleegkundig specialist en/of chirurg (behandelaar) gehoord dat u borstkanker heeft. De verpleegkundig specialist is uw eerste aanspreekpunt en zal u zoveel mogelijk ondersteunen tijdens het behandelplan. In deze folder willen we u informatie geven over de operatieve behandeling.
Behandeling van borstkanker en DCIS (voorstadium van borstkanker)
Bij borstkanker zijn er verschillende behandelmogelijkheden, bijvoorbeeld een operatie, bestraling, chemo-, antihormoon- en/of immunotherapie. Opereren heeft als doel het tumorweefsel uit de borst weg te halen. De eerste lymfeklier uit de oksel(schildwachtklier) wordt weggehaald, we kunnen dan met behulp van een microscoop zien of er uitzaaiingen zijn. Kwaadaardige borstkankercellen kunnen zich namelijk via de oksel verspreiden. Indien borstkankercellen zich bevinden in de oksel is aanvullende behandeling na de operatie nodig.
Borstsparende operatie of borstamputatie?
Na het lichamelijk onderzoek, röntgen- en weefselonderzoeken legt uw behandelaar uit welke operatieve behandelingen er mogelijk zijn. In theorie zijn er twee mogelijkheden:
· Een borstsparende operatie
· Een borstamputatie
Een borstamputatie
In samenspraak met uw behandelaar is gekozen voor een borstamputatie. Een borstamputatie is medisch gezien geen zware operatie. Zelfs vrouwen op hogere leeftijd kunnen de operatie veilig doorstaan. Indien medisch mogelijk, kunt u een reconstructie van de borst overwegen. Via uw behandelaar kunt u zich laten verwijzen naar de plastisch chirurg. De plastisch chirurg bespreekt met u de (on)mogelijkheden.
Wat houdt een borstamputatie in?
Tijdens de operatie verwijdert de chirurg al het borstklierweefsel. De borstspier blijft intact. In de wond wordt een dun slangetje (drain) achtergelaten om het wondvocht af te voeren. De wond wordt gehecht met oplosbare hechtingen. Het borstklierweefsel dat is verwijderd en de schildwachtklier worden opgestuurd naar de patholoog-anatoom. Deze onderzoekt of de snijranden vrij zijn van borstkankercellen en of er uitzaaiingen in de lymfeklier(en) zijn.
Litteken na een borstamputatie
Mogelijke complicaties (dingen die niet goed gaan)
Bij iedere ingreep is er een kans op complicaties maar deze komen weinig voor. Complicaties die kunnen voorkomen bij een borstamputatie zijn:
· Na het verwijderen van de drain(s), kan wondvocht ophopen rond het litteken tot in de oksel. Bij spanning en/ of roodheid ter plaatse van het litteken kan dit vocht op de polikliniek d.m.v. een punctie verwijderd worden (seroompunctie). De punctie is meestal pijnloos, omdat de omgeving van de wond nog gevoelloos is. Dit aanprikken kan tot enkele weken na het verwijderen van de drain nodig zijn.
· Er kan een nabloeding ontstaan waarvoor soms een tweede operatie nodig is.
· Er kan een wondinfectie optreden. Soms is het nodig hierbij de wond een beetje open te maken, soms is een antibioticakuur voldoende.
Na de operatie
Na de operatie verblijft u één- of twee dagen in het ziekenhuis. De verpleegkundige geeft uitleg over de verzorging van de drain. De dag na de operatie bekijkt u samen met de verpleegkundige en eventueel uw partner de wond. Indien u met drain naar huis gaat, zal de verpleegkundige u uitleg geven hoe u hier in de thuissituatie mee om kunt gaan.
Tijdelijke prothese
Voordat u naar huis gaat, krijgt u van de verpleegkundige een tijdelijke prothese mee. Geadviseerd wordt een strak T-shirt mee te nemen op de dag van de operatie. Zo kan goed worden Na ongeveer 6 – 10 weken (als de wond goed genezen is) kunt u een definitieve prothese aanschaffen. Op de polikliniek chirurgie ontvangt u hierover verdere informatie en een machtiging.
Ontslag
De zaalarts beoordeelt wanneer u medisch gezien met ontslag kunt.
Als u naar huis gaat krijgt u een afspraak mee voor de uitslag van het weefselonderzoek (borst en schildwachtklier) op de polikliniek chirurgie. Aan de hand van deze uitslagen worden eventuele aanvullende behandelingen met u besproken.
De uitslag
Bij de uitslag van het weefselonderzoek is het belangrijk dat de tumor helemaal verwijderd is. De snijranden moeten “schoon” zijn (vrij van borstkankercellen).
Wanneer meerdere behandelingen nodig zijn (anti-hormoon-, chemo- en/of immunotherapie) bespreekt u met uw behandelaar de volgorde van de behandeling.
Adviezen na een borstoperatie
• Mocht u een directe reconstructie hebben gehad, volg dan altijd de instructies van de plastisch chirurg op met betrekking tot het bewegen en belasten van de arm.
• 24 uur na de operatie mag u weer douchen
• Huidkleurige pleisters laten zitten deze worden op de polikliniek verwijderd
• Witte pleisters mogen worden verwijderd als de wond droog is
• Niet fietsen of autorijden de eerste week na de operatie
• Niet sporten de eerste week na de operatie
• Til geen dingen zwaarder dan twee kilo.
• De eerste week wordt stofzuigen en huishoudelijk werk afgeraden
• Draag direct na de operatie gedurende 6 weken 24 uur per dag een stevige sport BH.
• Stoppen met roken, dit verbetert de wondgenezing.
Mogelijke aanvullende behandelingen
Het is bekend dat borsttumoren verschillen kunnen vertonen in groeisnelheid vermogen tot uitzaaien, etc. Sommige patiënten ontwikkelen na verloop van tijd uitzaaiingen, anderen niet. Om het risico op uitzaaiingen te verkleinen, volgt na het verwijderen van de borstkanker vaak een na behandelding met medicijnen. Deze behandeling kan bestaan uit chemo-, anti-hormonale- of doelgerichte therapie. Soms is extra onderzoek als een gen expressietest nodig om te bepalen welke aanvullende behandeling nodig is. Als u in aanmerking komt voor een aanvullende behandeling zal de oncoloog dit met u bespreken.
Nog vragen?
Mocht u na het lezen van deze folder nog vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met één van de verpleegkundig specialisten.
Verpleegkundig specialisten polikliniek chirurgie mammacare:
Hanneke Kreiter 010-297 57 14
Esther Schmidt 010-297 58 33
Jennifer van der Hoog 010-297 58 56
Jacqueline Kleijnjan 010-297 58 18
www.ikazia.nl