Staar - Cataract
Oogheelkunde
Inleiding
Deze folder geeft informatie over staar en de behandeling ervan. Lees deze informatie goed.
Wat is staar (cataract)?
Staar is een aandoening (ziekte) waarbij de lens achter de pupil troebel wordt, waardoor u wazig ziet. Dit kan lastig zijn bij activiteiten zoals lezen, televisie kijken of autorijden.
Verschijnselen
Staar ontwikkelt zich langzaam. Belangrijke symptomen (verschijnselen) zijn wazig zicht, minder heldere kleuren en last van lichtvlekken. Als staar erger wordt, helpt een nieuwe bril vaak niet meer en is een bezoek aan de oogarts nodig. Als u nog goed genoeg ziet om uw dagelijkse activiteiten te doen, hoeft u zich voorlopig geen zorgen te maken. Houd er alleen rekening mee dat een operatie in de toekomst nodig kan zijn.
Vooronderzoek
Voor de operatie wordt de lens gemeten om te zorgen dat u zo min mogelijk afhankelijk bent van een bril. Na de operatie heeft u meestal nog een leesbril nodig. De oogarts kan niet garanderen dat u zonder bril scherp ziet, vooral als u voor de operatie al een sterke bril droeg. De lensmeting gebeurt vaak direct na uw afspraak met de oogarts. Als u contactlenzen draagt, zorg dan dat u ze op tijd uitdoet:
- Zachte lenzen minimaal 2 weken van tevoren.
- Harde of multifocale lenzen minimaal 4 weken van tevoren.
Behandeling
Er zijn geen medicijnen of laserbehandelingen om cataract te voorkomen of te genezen. De enige manier om cataract te behandelen is een operatie. Tijdens de operatie verwijdert de oogarts uw troebele lens en vervangt deze door een heldere kunststoffen lens. De oogarts opereert maar één oog per keer. Patiënten blijven gemiddeld 3 uur in het ziekenhuis
Verdoving
De operatie gebeurt meestal in een dagbehandeling met plaatselijke verdoving, bijvoorbeeld met druppels of een prik. Soms krijgt een patiënt volledige narcose. De operatie zelf is pijnloos, maar u kunt een drukkend gevoel ervaren.
Instructies
Voor de operatie moeten sieraden en oogmake-up worden verwijderd. Neem ook geen mobiele telefoon mee naar de operatiekamer.
Speciale implantlenzen
Er zijn nieuwe implantlenzen ontwikkeld om na een staaroperatie minder afhankelijk te zijn van een bril. Sommige lenzen corrigeren een cilinderafwijking, andere lenzen zorgen ervoor dat u zowel veraf als dichtbij beter kunt zien. Daardoor heeft u minder vaak een bril nodig.
Deze lenzen zijn niet voor iedereen geschikt en kunnen bijwerkingen geven, zoals kringen rond licht of lichtflitsen. Soms heeft u toch nog een leesbril nodig. Ze worden niet door de zorgverzekering vergoed, dus er zijn extra kosten.
Heeft u interesse en geen probleem met de extra kosten? Vraag uw oogarts naar de mogelijkheden. Deze lenzen zijn alleen beschikbaar in het Maasstad Ziekenhuis. Uw oogarts kan u doorverwijzen voor een intakegesprek.
Druppelen
Begin twee dagen voor de operatie met Yellox en Dexamethason druppels, twee keer per dag in het oog dat geopereerd wordt. Blijf hiermee doorgaan tot drie weken na de operatie.
Bij een tweede oogoperatie, gebruik nieuwe flesjes om infecties te voorkomen. Gebruik de oogdrukverlagende druppels na de operatie, tenzij uw oogarts iets anders heeft gezegd.
Na de operatie/leefregels
Na de operatie krijgt u een oogdop om het geopereerde oog te beschermen. De volgende ochtend mag u de oogdop zelf weghalen en de huid rond het oog voorzichtig schoonmaken. Wrijf niet hard in het oog. Het kan zijn dat het oog rood is of dat u nog wat wazig ziet.
- De ochtend na de operatie belt een doktersassistent om te vragen hoe het gaat. Als u zich zorgen maakt, kunt u dit bespreken. In de eerste week moet u overdag een (zonne)bril dragen ter bescherming. ’s Nachts plakt u de plastic oogdop zonder gaasje met witte tape op uw oog.
- De eerste 24 uur moet u het rustig aan doen. In de eerste week mag u niet bukken of zware dingen tillen. Scheren, douchen en haar wassen is toegestaan, zolang u maar niet hard in het oog wrijft; zachtjes deppen mag wel.
- Na een week mag u weer make-up gebruiken. Zwemmen en het dragen van contactlenzen is de eerste twee weken niet verstandig.
- Na drie weken komt u terug voor controle in de polikliniek. Daarna zijn er geen controles meer nodig, tenzij er problemen zijn of als het andere oog nog geopereerd moet worden. Het is beter om zes weken na de laatste operatie te wachten met het aanpassen van uw bril.
Risico’s van een staaroperatie
De kans op problemen tijdens of na de operatie is klein. Een bloeding of infectie kan het zicht blijvend beschadigen, maar dit gebeurt maar in ongeveer 1 op de 2000 operaties.
Neem contact op bij problemen
Als u na een cataractoperatie merkt dat uw zicht duidelijk minder wordt en het oog roder en pijnlijker aanvoelt, neem dan direct contact op met uw oogarts of de vervanger. Bij ongeveer 1 à 2 op de 100 operaties kan de operatie moeilijker verlopen dan verwacht. Soms merkt u daar niets van en herstelt het oog goed. In andere gevallen duurt het herstel langer, maar blijft het gezichtsvermogen meestal goed. Heel soms kunnen lensresten achterblijven of kan de kunstlens niet meteen geplaatst worden, wat kan leiden tot een tweede operatie.
Mogelijke tijdelijke problemen
Na de operatie kunt u last krijgen van tijdelijke problemen, zoals verhoogde oogdruk of vocht in het netvlies en hoornvlies. Dit kan leiden tot een tijdelijke daling van uw zicht. Vaak verdwijnen deze klachten snel met oogdruppels of tabletten.
Na een cataractoperatie is er een iets groter risico op een netvliesloslating.
Symptomen van netvliesloslating
Let op de volgende symptomen: lichtflitsen, bewegende vlekken of een toenemende uitval in uw gezichtsveld. Dit betekent niet altijd dat er een netvliesloslating is, maar neem contact op met uw oogarts of de vervanger als u deze symptomen ervaart.
Nastaar
Het is mogelijk dat u na maanden of jaren nastaar krijgt, wat klachten geeft die lijken op die van cataract. Dit kan eenvoudig worden behandeld met een laserbehandeling.
Wat te doen bij klachten
Als het geopereerde oog pijnlijk wordt en/of u gaat slechter zien, dan moet u altijd telefonisch contact opnemen met de polikliniek.
Ook met vragen kunt u hier terecht van 08:15 uur tot 16:30 uur.
Telefoonnummer overdag
T 010-297 53 80
Buiten kantooruren kunt u voor bovenstaande klachten contact opnemen met telefoonnummer:
T 010-297 50 00
Hoe kan ik mij oog druppelen
|
|
1. Was uw handen met water en zeep en maak goed droog. |
|
|
2. Houd het flesje druppels vast alsof u een pen vast heeft. |
|
|
3. Trek met de vingers van uw andere hand aan uw ooglid zodat u een gootje krijgt en buig uw hoofd achterover. |
|
|
4. Kijk met beide ogen naar boven. Houd het flesje boven uw oog, steun als u dat fijn vindt op uw andere hand. Raak hierbij de oogleden of de wimpers niet met het flesje aan. |
|
|
5. Knijp lichtjes in het flesje en laat een druppel in het gootje vallen. Sluit hierna uw oog zonder te knijpen. Buig uw hoofd recht. |
|
|
6. Druk met uw wijsvinger gedurende een minuut zachtjes op uw traanbuis. Dit is het bobbeltje aan de neuskant van uw oog. Zo voorkomt u bijwerkingen. |
|
|
7. Was uw handen weer met water en zeep en maak ze goed droog. Sluit daarna het oogdruppel flesje. Het kan zijn dat u na het druppelen even wazig ziet. |