Eerste rib resectie (TOS)

Eerste rib resectie (TOS)

Eerste rib resectie (TOS)

Polikliniek Chirurgie

Inleiding

Het thoracic outlet syndroom (TOS), ook wel het schoudergordelsyndroom genoemd, is een verzamelnaam voor aandoeningen (problemen) die ontstaan door het bekneld raken van de vaatzenuwbundel in het schoudergebied. Deze vaatzenuwbundel bestaat uit een slagader, een ader en een zenuwknoop. Als deze vaatzenuwbundel bekneld raakt, kunnen pijn en functieklachten ontstaan in de nek-, schouder en armregio. Kenmerkend voor deze klachten is dat ze voornamelijk opkomen bij het heffen van de arm.

Klachten

Welke klachten ontstaan is afhankelijk van wat er in de vaatzenuwbundel bekneld is: de ader, slagader en/of zenuwbundel. De symptomen kunnen continue aanwezig zijn of alleen bij een bepaalde houdingen of inspanning. Er bestaan drie vormen van TOS: een neurogene (zenuw) variant (NTOS), een veneuze (ader) variant (VTOS) en een arteriële (slagader) variant (ATOS). Er komen ook mengvormen voor waarbij er een combinatie de klachten veroorzaakt.

Voorbereiding

Het operatiegebied moet u NIET zelf scheren. Dit gebeurt eventueel op de operatiekamer. Zo wordt voorkomen dat er misschien kleine wondjes ontstaan bij het scheren die infectie kunnen veroorzaken. Voor de operatie moet u zich goed wassen/douchen met water en zeep. GEEN bodylotion / crème gebruiken! Voor de instructies over eten en drinken voor de operatie, zie folder ‘Anesthesie’ en de schriftelijke bevestiging voor de operatie.

De afdeling anesthesie voert een preoperatieve screening uit. Hierbij wordt gekeken naar uw algehele gezondheid en te verwachten risico’s tijdens de operatie.

De operatie

Een operatie is meestal gericht op het opheffen van de druk op de vaatzenuwbundel in de hals- en schouderregio. Meestal verwijderen we hiervoor een deel van de eerste rib (of halsrib). In de meeste gevallen kunnen we deze operatie uitvoeren via een klein sneetje boven het sleutelbeen. In sommige gevallen zijn er aanvullende operaties of een andere operatie nodig.

De operatie wordt altijd onder volledige narcose uitgevoerd. Een TOS-operatie duurt meestal één tot anderhalf uur. De anesthesist (zorgt ervoor dat u geen pijn heeft tijdens de operatie) geeft u informatie over de anesthesie.

Tijdens de operatie ligt u op uw rug waarbij het hoofd naar achteren wordt gekanteld.

De operatie bestaat altijd uit het verwijderen van de eerste rib, inclusief het verwijderen van de m. scalenus anterior (een van de korte halsspieren). Het doornemen van de spier en eerste rib heeft geen invloed op uw bewegingsmogelijkheden na de operatie.

Er wordt een kleine wonddrain geplaatst gedurende de operatie. Deze drain kan <24 uur worden verwijderd. De wond wordt gesloten met een oplosbare hechting.

Na de operatie

Na de operatie gaat u eerst naar de uitslaapkamer. Hier zal ter controle een röntgenfoto van de borstkas worden gemaakt. Als u wakker bent gaat u terug naar de verpleegafdeling.

Fysiotherapeut

Na de operatie komt de fysiotherapeut bij u langs op de afdeling. Deze zal u uitleggen welke oefeningen u kunt doen om de beweeglijkheid van uw arm en schouder te bevorderen. Het is de bedoeling dat u deze oefeningen thuis een tijd blijft doen. Zo nodig krijgt u een verwijzing naar een fysiotherapeut bij u in de buurt.

Complicaties

Bij iedere operatie kunnen complicaties optreden. Operaties voor een thoracic outlet syndroom worden vaak uitgevoerd in het Ikazia Ziekenhuis. De kans dat er een complicatie optreed is zeer klein.

Pijnklachten

De ervaren pijn na de operatie wisselt sterk tussen patiënten. Om de rib veilig te kunnen verwijderen worden de zenuwen (plexus brachialis) met een haakje aan de kant gehouden. Dit kan ervoor zorgen dat u na de operatie tijdelijk meer tintelingen- of een doof gevoelt ervaart. Hierbij zijn de zenuwen tijdelijk van slag, een beschadiging aan de zenuwen door de operatie is nog niet voorgekomen.

Long

Onder de eerste rib begint het longvlies. Dit wordt voorzichtig losgemaakt als de eerste rib wordt verwijderd. Bij een klein deel van de patiënten ontstaat als gevolg van de operatie een defect in het longvlies. Dit is niet erg, en kan in de meeste gevallen via de standaard geplaatste wonddrain (een slangetje uit de wond) worden opgelost. De kans op een klaplong waarvoor er na de operatie alsnog een drain moet worden geplaatst is zeer klein (0.3%)

Nabloeding

Bij patiënten die bloedverdunners gebruiken is de kans op een nabloeding iets groter. Meestal stopt een bloeding vanzelf en wordt het bloed afgevoerd via de drain die tijdens de operatie wordt achtergelaten. Zeer zelden moet de wond opnieuw worden geopend op de operatiekamer om de bloeding te stelpen. Als u bloedverdunners gebruikt voor de operatie wordt er voor de operatie een plan gemaakt wanneer u deze moet stoppen en weer hervatten.

Middenrif

De zenuw die het middenrif bestuurd aan de geopereerde zijde wordt aan de kant gehouden tijdens de operatie om de rib veilig te kunnen verwijderen. Het kan voorkomen dat deze zenuw hiervan van slag raakt na de operatie (1%). Dit zorgt dan voor een hoogstand van het middenrif, en kan worden vastgesteld op de röntgenfoto die na de operatie wordt gemaakt. In sommige gevallen kan dit zorgen voor benauwdheidsklachten bij zware inspanning. Na verloop van tijd komt de functie van de zenuw weer terug.

Wondinfectie

Bij elke wond die er wordt gemaakt bestaat er een kleine kans op een wondinfectie. U krijgt vlak voor de operatie antibiotica toegediend om de kans op een wondinfectie te verkleinen. De operatie wordt steriel uitgevoerd. Stoppen met roken heeft een gunstige invloed op het verkleinen van de kans op een wondinfectie.

Ontslag uit het ziekenhuis

De meeste patiënten blijven 1 nacht na de operatie ter observatie in het ziekenhuis aanwezig.

Er zal na de operatie een kleine drain worden achtergelaten die bijna altijd <24 uur kan worden verwijderd na de operatie. De eerste 6 weken na de operatie kan de geopereerde arm gewoon worden gebruikt.

Zware lichamelijke inspanningen met de arm zijn afgeraden.

Na ontslag moet u contact opnemen met het ziekenhuis indien u een van onderstaande klachten heeft:

  • Koorts (temperatuur > 37.5 graden Celcius
  • Kortademigheidsklachten
  • Lekkage van vocht- bloed- of pus uit de wond
  • Uitval van kracht en/of tintelingen die toeneemt in de tijd
  • Pijn in de arm die toeneemt in de tijd

Na de operatie

  • De ervaren pijn na de operatie wisselt erg sterk tussen patiënten. Na de ingreep krijg u pijnstillers voorgeschreven. U mag gedurende de opname aangeven wanneer deze pijnstilling niet afdoende is. Na de ingreep zal de fysiotherapeut u bezoeken en uitleggen welke oefeningen u thuis kunt doen.
  • Het is belangrijk om de fysiotherapie thuis door te zetten. De fysiotherapeut in ons TOS-centrum geeft u instructies mee op papier. Het is belangrijk om gedurende 8 weken de arm rust te geven, fysiotherapie is dan ook gericht op het voorkomen van stijfheid van het schoudergewricht. Het is raadzaam de arm niet te belasten de eerste 8 weken na de operatie.
  • Indien u geopereerd wordt voor een aderlijke of slagaderlijke TOS kan het zijn dat uw antistollingsmedicatie wordt voorgeschreven- of gewijzigd.
  • Als de wond droog is mag u hiermee douchen. Het advies is om de eerste 2 weken niet te baden.
  • Na de operatie overnacht u minstens 1 nacht in ons ziekenhuis. Afhankelijk van de pijnklachten wordt vervolgens in overleg met u beoordeeld of u naar huis kan.
  • Pijn rond het litteken, maar ook in de nek, borst, schouder en schouderbladregio kan 4 tot 8 weken aanhouden na de operatie. Symptomen die voor de operatie bestonden, verbeteren soms meteen na operatie, maar meestal pas na 8 weken. Het kan ook nog langer duren voordat neuropathische pijnklachten verbeteren na de operatie.
  • Het hervatten van het werk verschilt per persoon en per baan en is op voorhand moeilijk te voorspelle
  • De eerste controle na de operatie is 8 weken na de operatie.

Opleidingsziekenhuis

Het Ikazia Ziekenhuis is een opleidingsziekenhuis voor de specialismen Anesthesiologie, Gynaecologie, Chirurgie (Heelkunde), Interne geneeskunde, Maag- Darm- en Leverziekten en Klinische psychologie. Dit betekent dat u arts-assistenten, coassistenten, physician assistants, verpleegkundig specialisten en verpleegkundigen in opleiding ontmoet tijdens uw behandeling. De operatie wordt altijd uitgevoerd door de ervaren chirurgen van het TOS-expertisecentrum.

Vragen

Heeft u nog vragen, stel ze gerust aan uw behandelend arts of huisarts. Bij dringende vragen of problemen vóór uw behandeling kunt u zich het beste wenden tot de afdeling waar de behandeling plaats moet vinden. Wanneer zich thuis na de operatie problemen voordoen, neem dan contact op met de huisarts of het ziekenhuis.

Polikliniek Chirurgie, route 61 T 010 297 52 20 bereikbaar van maandag tot en met vrijdag tussen 08.15 – 16.30 uur

Belt u tijdens feestdagen, in het weekend, avond of nacht dan kunt u contact opnemen met de spoedeisende hulp, de SEH T 010 297 53 00