Wat is hepatitis-besmetting?
Maag Darm Lever Centrum
Lever-klachten door hepatitis-virus
U heeft een ontstoken lever. Daardoor werkt uw lever minder goed en kunt u (ernstige) klachten hebben. In uw geval wordt de ontsteking veroorzaakt door een besmetting met een hepatitis-virus.
In deze folder staan vaak de letters MDL (MDL-arts, MDL-verpleegkundige). Dit betekent Maag-Darm-Lever. Deze professionals zijn gespecialiseerd in onder andere hepatitis-besmettingen. Zij werken samen met de collega’s uit het Albert Schweitzerziekenhuis in Dordrecht in één Hepatitis Centrum. Samen kijken ze welk virus u heeft, hoeveel schade uw lever heeft en wat de beste behandeling voor u is.
Er zijn zes verschillende hepatitis-virussen. Bent u besmet, dan noemen we dat een virale besmetting. Maar hoe kunt u besmet raken? Welke klachten kunt u hebben? En hoe kunt u beter worden.
Daar gaat deze folder over.
Hoofdstuk 1 Uw lever en het hepatitis-virus
De lever ligt aan de rechterkant boven in uw buik, veilig achter uw ribben. Bij volwassenen is een lever zo groot als een kleine voetbal en weegt ongeveer 1,5 kilo. De lever zit op een slimme plek in uw lichaam. Alle stoffen die door eten en drinken in ons lichaam komen gaan via het bloed eerst naar de lever.
Wat doet de lever?
- De lever is een soort chemische fabriek en doet belangrijk werk om uw lichaam gezond te houden.
- De lever maakt eiwitten aan. Die zijn heel belangrijk en hebben verschillende functies. Bekende eiwitten zijn hormonen, enzymen en eiwitten die zorgen voor het stollen van het bloed;
- De lever maakt suikers aan, die nodig zijn voor de energie in het lichaam. De lever kan ook andere stoffen omzetten in suikers en de suikers tijdelijk opslaan;
- De lever maakt vetten aan. Die zijn belangrijk als bouwstof en energie voor het lichaam. De lever kan ook andere stoffen omzetten in vetten en de vetten tijdelijk opslaan;
- De lever maakt gal aan. Gal is nodig om vette afvalstoffen uit het lichaam en de darmen te verwijderen;
- De lever zet medicijnen om in stoffen die het lichaam kan gebruiken om te genezen;
- De lever beschermt ons lichaam door giftige stoffen die in onze darmen komen (bijvoorbeeld alcohol) af te breken;
- De lever zorgt ook dat het bloed dat via de darmen komt, schoon blijft.
Een ontstoken lever
Een lever die ontstoken is, kan zijn werk niet meer goed doen. Dat geeft klachten en is ongezond. De ontsteking kan verschillende oorzaken hebben. Zoals besmetting met een hepatitis-virus. Er zijn zes soorten hepatitis-virus: A, B, C, D, E en G/GB. Het G/GB-virus is nog maar kortgeleden ontdekt. Het is nog niet bekend of dit virus ziekteverschijnselen geeft. In deze folder bespreken we daarom alleen de virussen A tot en met E.
Hoofdstuk 2 Hepatitis A
Hepatitis A is een virus. Door dit virus kan uw lever ontstoken raken. Dit wordt ook wel ‘besmettelijke geelzucht’ genoemd. Hepatitis A komt weinig voor in Nederland. Kinderen hebben meestal geen klachten. Volwassenen kunnen zich wel ziek voelen. En mensen met een leverziekte of ouderen kunnen erger ziek worden. Heeft iemand bij u in huis klachten die op hepatitis A lijken, ga dan naar de huisarts. Deze kan onderzoeken of dit zo is.
Klachten bij hepatitis A
Het duurt twee tot zeven weken voor u ziek wordt na een besmetting met hepatitis A. De klachten duren soms enkele weken en soms een paar maanden. De klachten bij hepatitis A zijn:
- Geel oogwit en gele huid;
- Misselijkheid;
- Vermoeidheid;
- Weinig zin in eten;
- Koorts;
- Een gevoel van griep;
- Donkere urine;
- Lichtgekleurde ontlasting (grijs-wit);
- Pijn boven in de buik aan de rechterkant.
Wie kan hepatitis A krijgen?
Iedereen die nog nooit hepatitis A heeft gehad, kan besmet raken met het virus en ziek worden. Iemand die hepatitis A heeft gehad, krijgt de ziekte niet nog een keer.
Risicogroepen
Er zijn mensen met een grotere kans op hepatitis A. Deze zogeheten ‘risicogroepen’ zijn:
- Mensen die veel naar het buitenland reizen;
- Tweede- en derdegeneratie migranten die op (familie)bezoek gaan in het land van herkomst, waar hepatitis A nog voorkomt;
- Patiënten met hemofilie. Hepatitis A kan worden overgedragen via bepaalde stollingsstoffen in het bloed. Het is niet wettelijk verplicht bloedproducten te testen op hepatitis A; het kan zijn dat bloedproducten uit het buitenland daarom niet getest zijn;
- Gezinsleden, verzorgers en partners van patiënten met hepatitis A;
- Kinderen op kinderopvang en scholen;
- Groepsleiding in de kinderopvang en van de eerste twee groepen in het basisonderwijs;
- Bewoners en verzorgers in instellingen voor mensen met een verstandelijke beperking. Vooral als het lastig is om de omgeving hygiënisch schoon te houden;
- Druggebruikers. Het hepatitis A-virus kan zich onder drugsgebruikers gemakkelijk verspreiden als de omstandigheden niet hygiënisch zijn. Van daaruit kunnen ook andere mensen makkelijk besmet raken;
- Dak- en thuislozen;
- Mensen die risicovolle seks hebben, zoals orale en anale seks, seks met meerdere partners, of anonieme seks in gay-sauna’s, darkrooms en dergelijke.
Zo kunt u besmet raken
Hepatitis A is erg besmettelijk. Het virus zit in de ontlasting van iemand die besmet is. Mensen die besmet zijn kunnen ook andere mensen besmetten. Dit kan vanaf een week voordat de klachten beginnen tot een week na het begin ervan. Ook als er geen klachten zijn, kan iemand die het virus heeft andere mensen besmetten.
U kunt besmet raken door:
- Sporen van de ontlasting. Deze sporen kunnen op en rond het toilet zitten: op de bril, spoelknop, kraan, deurknop en lichtknop. Zo kan het virus aan de handen komen, op het servies, het bestek en het eten en ten slotte ook in de mond.
- Het eten van ongekookt (rauw) en besmet voedsel. Zoals groenten, fruit, schaal- of schelpdieren (garnalen, mosselen).
- Onveilige seks, zonder condoom.
Wat u kunt doen om besmetting te voorkomen
Vaccineren
Een prik tegen hepatitis A is vooral belangrijk als u op reis gaat naar het buitenland, ook als u naar Turkije of Oost-Europa gaat. Een vaccinatie is niet nodig als u naar West-Europa, Noord-Amerika, Nieuw-Zeeland of Australië gaat. Heeft u veel contact heeft met een patiënt met hepatitis in uw omgeving? Dan is het soms beter als u zich laat vaccineren. De GGD kan u hier advies over geven.
Toilet en badkamer
Heeft iemand in huis hepatitis A? Laat de patiënt dan een eigen toilet gebruiken. Maak deze toilet zeker één keer per dag schoon. Is er maar één toilet voor iedereen, maak deze dan steeds schoon nadat de patiënt naar het toilet is geweest. Doe dat goed: van schoon naar minder schoon. Met handschoenen, zeepsop en een wegwerpdoekje. Begin met de deurknop, kraan en spoelknop. Doe daarna de bril en pot. Verschoon de handdoek elke dag of gebruik papieren handdoekjes. Laat in de badkamer de patiënt een eigen washandje, handdoek en tandenborstel gebruiken.
Handen en nagels
Zorg dat iedereen in huis regelmatig de handen wast met zeep en deze goed afdroogt. Gebruik hiervoor papieren doekjes. Doe dit steeds nadat iemand naar het toilet is geweest, en vóór het koken en eten. Doe dit ook na het verschonen van uw kind of nadat u uw kind op de wc hebt geholpen. Zorg dat iedereen ook korte nagels heeft.
Zo is het virus te behandelen
Hepatitis A geneest vanzelf. Er is dus geen behandeling of medicijn nodig. Iemand met hepatitis A kan zich wel lang moe voelen. Het is beter geen alcohol te drinken, zolang er klachten zijn.
Hoofdstuk 3 Hepatitis B
Hepatitis B is een virus. Door dit virus kan de lever ontstoken raken. De eerste ontsteking begint zomaar opeens (acuut). In de meeste gevallen wordt u ook weer beter. Bij sommige patiënten blijft het virus langer bestaan. Er ontstaat dan een blijvende (chronische) ontsteking, die actief of niet-actief is. In beide gevallen beschadigt de ontsteking de lever.
Klachten bij een acute leverontsteking
De meeste mensen die besmet zijn met hepatitis B krijgen geen klachten. Het merendeel van de mensen (90-95 procent) geneest van de eerste acute leverontsteking. Zij kunnen daarna niet nog een keer besmet raken met hepatitis B. En ze kunnen ook geen andere mensen meer besmetten.
Klachten bij acute hepatitis B kunnen zijn:
- Gele huid, geel oogwit;
- Gekleurde ontlasting en urine;
- Geen zin in eten;
- Pijn in spieren en gewrichten;
- Koorts en een grieperig gevoel;
- Vermoeidheid;
- Jeuk (soms).
Klachten bij chronische leverontsteking
Bij 5 tot 10 procent van de patiënten geneest hepatitis B niet en wordt deze blijvend (chronisch). Bij pasgeboren en kleine kinderen is dit zelfs bij 90 procent. Is de ontsteking chronisch én actief, dan kan dit de lever beschadigen. Dit noemen we levercirrose of leverfibrose. Ook is de kans op leverkanker groter. Is de ontsteking chronisch en niet-actief, dan zijn er vaak weinig klachten. Toch kan ook dan de lever beschadigd raken. Daarom is regelmatige controle noodzakelijk.
Klachten bij chronische hepatitis B kunnen zijn:
- Geen zin in eten;
- Pijn in spieren en gewrichten;
- Misselijkheid;
- Algehele vermoeidheid;
- Plotseling opkomende vermoeidheidsklachten;
- Pijn rond de plek van de lever (boven in de buik aan de rechterkant).
Wie kan hepatitis B krijgen?
Er zijn groepen mensen (‘risicogroepen’) die een grotere kans hebben om met hepatitis B besmet te raken. Dat zijn:
- Pasgeboren baby’s, als de moeder besmet is met hepatitis B;
- Pasgeboren baby’s, als één van de ouders uit een land komt waar hepatitis B veel voorkomt;
- Mensen die seks hebben met een partner die besmet is met hepatitis B;
- Huisgenoten van mensen die besmet zijn met hepatitis B;
- Mensen die uit een gebied komen waar hepatitis B veel voorkomt, of die daar gaan wonen;
- Mensen die met wisselende partners seks hebben en niet veilig vrijen;
- Mensen die in aanraking komen met verdacht bloed, door snijden (scheren) of prikken;
- Drugsgebruikers die spuiten of snuiven;
- Mensen die een tatoeage of piercing laten zetten of acupunctuur gebruiken in het buitenland of bij een onbetrouwbaar bedrijf in Nederland;
- Mensen met een verstandelijke beperking in een instelling;
- Mensen met het syndroom van Down of met een vergelijkbare chromosoom-afwijking waardoor het afweersysteem niet goed werkt;
- Hemodialysepatiënten;
- Hemofiliepatiënten en andere patiënten die regelmatig bloedproducten ontvangen;
- Patiënten met een chronische leverziekte (iets anders dan door hepatitis B);
- Medische en paramedische zorgverleners.
Zo kunt u besmet raken
Hepatitis B noemen we een Seksueel Overdraagbare Aandoening (SOA). Het virus komt voor in bloed, sperma, voorvocht en vocht uit de vagina. Het wordt overgedragen door bloed-op-bloed contact. Of door seks met iemand die het virus heeft. Contact met de huid, speeksel of ontlasting spelen géén rol. Dus: knuffelen, zoenen, hoesten en samen gebruiken van het toilet vormen geen gevaar.
U kunt besmet raken door:
- Onveilige seks, zonder condoom. Het risico is groter bij wisselende seks-partners, anale of ruwe seks en seks als de vrouw ongesteld is;
- Gebruikte besmette naalden. Zoals bij het spuiten van drugs, het zetten van tatoeages of piercings, of bij accupunctuur. In westerse landen is dit meestal geen probleem, maar in niet-westerse landen zijn de naalden niet altijd steriel (ontsmet);
- Besmet bloed dat in een wondje komt. Een klein beetje is al voldoende om besmet te raken. Bijvoorbeeld bij het gebruik van scheermesjes van iemand anders of door de kapper. Dit risico is groter bij kappers in niet-westerse landen;
- Door de tandenborstel van iemand anders te gebruiken; bloed en speeksel kan een probleem zijn;
- Via een bloedtransfusie in niet-westerse landen. In Nederland controleren we al meer dan dertig jaar of er geen virussen in zitten;
- Bij de geboorte, als de moeder besmet is.
Wat u kunt doen om besmetting te voorkomen
Besmetting met het hepatitis B-virus is te voorkomen door vaccinatie. Sinds 2011 zit deze vaccinatie in de vaccinaties die jonge kinderen krijgen (het Rijksvaccinatieprogramma). Alle kinderen die in 2011 of daarna zijn geboren, krijgen deze vaccinatie automatisch aangeboden en zijn dan hun leven lang beschermd tegen besmetting. Volwassen die door hun werk risico lopen op een besmetting kunnen zich ook laten vaccineren.
Zo is het virus te behandelen
Een acute ontsteking door hepatitis B die plotseling is begonnen, geneest bijna altijd vanzelf. Een behandeling met medicijnen is niet nodig. Gezonde voeding en een gezonde leefstijl helpen wel bij het beter worden.
Medicijnen bij blijvende ontsteking
Bij een blijvende en actieve ontsteking door hepatitis B kunnen medicijnen helpen. De MDL-arts en MDL-verpleegkundige bespreken welk medicijnen voor u het beste zijn. Met de medicijnen kan het virus verdwijnen of minder actief worden, zodat er geen schade aan de lever ontstaat. Als u medicijnen krijgt, komt u twee keer per jaar voor controle naar het ziekenhuis. Dan doen we een bloedtest en bespreken we hoe het met u gaat. Heeft u de wens om zwanger te worden? Laat dit dan aan uw MDL-arts weten, vanwege het gebruik van medicijnen.
Nucleoside-analogen behandeling
Een veelvoorkomende behandeling is de nucleoside-analogen behandeling. Het hepatitis B-virus heeft eigenlijk steeds nieuwe bouwstenen nodig (DNA) om zich te kunnen vermenigvuldigen. Nucleoside analogen zijn een soort nepbouwstenen. Hiermee wordt de bouw afgeremd en kan virus zich niet vermenigvuldigen. Door het medicijn lang (soms levenslang) te gebruiken wordt het virus afgeremd en kan de ontsteking van de lever verbeteren. Dit betekent wel dat u dagelijks op een vast tijdstip tabletten moet innemen en hier niet mee mag stoppen. Veelgebruikte nucleoside analogen zijn: entecavir, tenofovir, adefovir, lamivudine en telbivudine. Bijwerkingen van deze medicijnen zijn niet echt bekend. Het is wel belangrijk regelmatig uw bloed te laten controleren om te kijken of u antistoffen aanmaakt en of de kwaliteit van uw lever verbetert.
Hoofdstuk 4 Hepatitis C
Ook het hepatitis C-virus zorgt voor een ontsteking van de lever. Ongeveer 80 procent van de mensen die besmet worden met hepatitis C, krijgt een blijvende (chronische) leverontsteking. Dit wil zeggen dat het virus in het lichaam blijft en de lever ernstig gaat ontsteken. Bij 20 procent van de mensen met chronische hepatitis C ontstaat levercirrose. Dit is een ernstige ziekte. Het gezonde weefsel van de lever wordt litteken-weefsel. Dat geeft ook meer kans op leverkanker.
Klachten bij hepatitis C
Met hepatitis C kunt u ernstige klachten krijgen. Maar u kunt ook besmet zijn zonder klachten. In beide gevallen is uw bloed wél besmettelijk voor andere mensen. Het kan soms wel tien tot twintig jaar duren voordat iemand die besmet is duidelijke klachten krijgt. Geelzucht bijvoorbeeld komt pas in een late fase. Vaak is er dan al levercirrose. Klachten die u kunt krijgen zijn:
- Extreme vermoeidheid;
- Misselijkheid en braken;
- Gewrichtsklachten;
- Vage buikklachten en algehele malaise;
- Geel oogwit en gele huid (geelzucht)
Wie kan hepatitis C krijgen?
Hepatitis C wordt voornamelijk overgedragen via bloed. Er zijn daarom groepen mensen (‘risicogroepen’) die een grotere kans hebben om hepatitis C te krijgen. Dat zijn:
- Drugsgebruikers die vroeger hebben gespoten of nu nog spuiten;
- Eerste generatie-migranten uit landen waar hepatitis C voorkomt; zij kunnen een besmetting hebben opgelopen door verblijf in een ziekenhuis of door drugsgebruik (spuiten);
- Mannen die HIV-positief zijn en seks hebben met mannen (MSM);
- Mensen die een tatoeage of piercing hebben laten zetten in een minder hygiënische omgeving, of in een land waar hepatitis C voorkomt.
- Mensen die bloed, bloedproducten, weefsel of organen hebben ontvangen dat niet getest is op hepatitus C (in Nederland wordt sinds 1992 alles getest);
- Dialysepatiënten;
- Pasgeboren baby’s, als de moeder besmet is met hepatitis C.
Zo kunt u het virus krijgen
U kunt alleen besmet raken met hepatitis C via bloed-op-bloed contact. Hepatitis C is pas bekend sinds 1989. Sinds 1991 wordt in Nederland altijd gekeken of het bloed voor een bloedtransfusie niet besmet is met hepatitis C. Veel risico’s zijn hetzelfde als bij hepatitis B. Contact met de huid, speeksel of ontlasting spelen géén rol. Dus: knuffelen, zoenen, hoesten en samen gebruiken van het toilet vormen geen gevaar.
U kunt besmet raken door:
- Onveilige seks, zonder condoom. Het risico is groter bij wisselende seks-partners, anale of ruwe seks en seks als de vrouw ongesteld is.
- Gebruikte besmette naalden. Zoals bij het spuiten van drugs, het zetten van tatoeages of piercings, of bij accupunctuur. In westerse landen is dit meestal geen probleem, maar in niet-westerse landen zijn de naalden niet altijd steriel (ontsmet).
- Besmet bloed dat in een wondje komt. Een klein beetje is al voldoende om besmet te raken. Bijvoorbeeld bij het gebruik van scheermesjes van iemand anders of door de kapper. Dit risico is groter bij kappers in niet-westerse landen.
- Door de tandenborstel van iemand anders te gebruiken; bloed en speeksel kan een probleem zijn.
- Via een bloedtransfusie in niet-westerse landen.
Wat u kunt doen om besmetting te voorkomen
Vrij veilig
Gebruik een condoom bij anale of ruwe seks of als de vrouw ongesteld is.
Verzorging
Gebruik geen scheerspullen, nagelschaartjes, haarborstels en tandenborstels van anderen.
Let op schone naalden
Gebruik nieuwe injectienaalden of zorg dat ze ontsmet zijn. Ook bij het zetten van een tatoeage of een piercing. Ook bij accupunctuur, de tandarts, de schoonheidsspecialist of de pedicure.
Zo is het virus te behandelen
Van de mensen die besmet raken met hepatitis C geneest 20 procent zonder verdere klachten. Bij 80 procent wordt de ontsteking chronisch. Deze mensen kunnen altijd andere mensen blijven besmetten. De klachten kunnen in de loop van de jaren erg wisselen. Maar er zijn tegenwoordig veel soorten medicijnen waarmee de klachten van chronische hepatitis C goed behandeld kunnen worden. Uw MDL-arts kan advies geven over welke medicijnen voor u het beste zijn.
Hoofdstuk 5 Hepatitis D
Hepatitis D is een virus. Door dit virus kan uw lever ontstoken raken. Het wordt ook wel eens hepatitis Delta genoemd. Besmetting met hepatitis D komt alleen voor als iemand ook al hepatitis B heeft. In Nederland gebeurt dit niet vaak. In landen rondom de Middellandse Zee, in Afrika, Azië, Oost-Europa en Latijns-Amerika komt dit vaker voor.
Klachten bij hepatitis D
Het hepatitis D-virus verergert de klachten die iemand al heeft door de hepatitis B-besmetting. U heeft meestal geen klachten of alleen maar vage klachten. U bent echter wel besmettelijk voor andere mensen. Krijgt u wel klachten dan gebeurt dit meestal één tot zes maanden na de besmetting. De ziekte is dan vaak al verder gevorderd. Dat komt omdat het gezonde deel van de lever nog lang de taken van de lever kan overnemen, waardoor de klachten pas later komen.
De klachten lijken op die van de hepatitis B-besmetting:
- Vermoeidheid;
- Misselijkheid en braken;
- Minder eetlust;
- Spier- en gewrichtspijn;
- Jeuk;
- Pijn in de bovenbuik;
- Gele huid en geel oogwit;
- Donkere urine;
- Licht gekleurde ontlasting (grijs-wit);
Zo kunt u het virus krijgen
U kunt alleen besmet worden met het hepatitis D-virus als u ook het hepatitis B-virus heeft. U kunt op twee momenten besmet raken: tegelijk met het hepatitis B-virus (co-infectie) of later als u al wel hepatitis B heeft (superinfectie). U raakt ook op dezelfde manier besmet, namelijk:
- Via bloed-op-bloedcontact;
- Via seks;
- Bij de geboorte als de moeder besmet is.
Zo is het virus te behandelen
Uw bloed wordt getest om te kijken of u antistoffen heeft tegen hepatitis D. Zo ja, dan bent u besmet. Er is nog geen behandeling voor een hepatitis D-besmetting. Bij ongeveer 90 procent van de volwassenen geneest de ontstoken lever vanzelf binnen een half jaar.
Hoofdstuk 6 Hepatitis E
Hepatitis E is een virus. Door dit virus kan uw lever ontstoken raken. Hepatitis E komt in de hele wereld voor. Er zijn verschillende typen van dit virus en alleen type 3 komt ook voor in Nederland. De klachten bij hepatitis E lijken erg op die bij hepatitis A.
Verschillende typen hepatitis E
Type 1 en 2:
- Type 1 komt vooral voor in ontwikkelingslanden in Azië en Latijns-Amerika.;
- Type 2 komt vooral voor in ontwikkelingslanden in Afrika en Mexico;
- Beide types komen voor bij mensen;
- Besmetting gebeurt via verontreinigd drinkwater en voedsel;
- Door type 1 kan men tijdens de zwangerschap heel erg ziek worden of zelfs overlijden.
Type 3 en 4:
- Type 3 komt wereldwijd voor, ook in Nederland;
- Type 4 komt voor in Oost-Azië en Centraal-Europa;
- Beide typen komen voor bij mensen;
- Beide typen komen voor bij dieren, vooral bij varkens, herten en wilde zwijnen;
- Besmetting gebeurt van dier op mens. En door het eten van rauw vlees, of vlees dat niet voldoende verhit is;
- Alleen type 3 komt voor in Nederland. Een besmetting geeft bijna nooit ernstige klachten.
Klachten bij hepatitis E
De klachten bij hepatitis E komen lijken op de klachten bij van hepatitis A. De meeste mensen krijgen geen klachten en de klachten zijn vaak niet ernstig. Mensen die besmet zijn genezen meestal binnen één tot vier weken. Klachten die kunnen optreden zijn:
- Geel oogwit en gele huid;
- Misselijkheid;
- Vermoeidheid;
- Weinig zin in eten;
- Koorts;
- Pijn in spieren en gewrichten;
- Een gevoel van griep;
- Donkere urine;
- Lichtgekleurde ontlasting (grijs-wit);
- Pijn boven in de buik aan de rechterkant.
Zo kunt u het virus krijgen
Het is nog niet precies bekend hoe mensen in Nederland besmet raken met het hepatitis E-virus. Besmetting van mens op mens is zeer klein. Het virus kan voorkomen in vlees en ontlasting van onder andere varkens, herten en wilde zwijnen. Besmetting met hepatitis E kan plaatsvinden door het eten van besmet voedsel, zoals varkensvlees dat onvoldoende verhit is, en via besmet bloed.
Wat u kunt doen om besmetting te voorkomen
Er is geen vaccin tegen hepatitis E. Adviezen om besmetting van andere mensen te voorkomen zijn ook niet nodig. Iemand met hepatitis E kan gewoon naar de kinderopvang, naar school of naar werk. De kans op besmetting van mens op mens is heel klein. Zeker als de volgende tips worden opgevolgd:
- Zorg voor goede hygiëne: handen wassen na een bezoek aan het toilet, voor het koken en voor het eten;
- Let in het buitenland goed op met eten en drinken (water). Zorg dat het voedsel en het water goed gekoot is;
- Wees voorzichtig met varkensvlees, vooral met leverworst en leverpaté. Ook in Nederland kan het varkensvlees besmet zijn met hepatitis E. Verhit varkensvlees daarom altijd goed, zodat de virussen in het vlees worden gedood.
Zo is het virus te behandelen
Er zijn geen medicijnen tegen hepatitis E. Maar een behandeling is meestal ook niet nodig. Hepatitis E gaat na verloop van tijd vanzelf over. Gezonde mensen genezen meestal binnen enkele weken. Als mensen minder weerstand hebben, kunnen de klachten ernstiger zijn of lang duren. Zoals bij patiënten die bepaalde medicijnen gebruiken, een transplantatie of chemotherapie hebben gehad of ernstig ziek zijn.
Hoofdstuk 7 Ikazia helpt verder
De informatie in deze folder is heel algemeen. Volg daarnaast altijd het persoonlijke advies van uw MDL-arts of MDL-verpleegkundige.
Toch nog vragen?
Als u na het lezen van deze folder nog vragen heeft, kunt u contact opnemen met het MDL Centrum van Ikazia. Van maandag tot en met vrijdag tussen 8.15 uur en 16.30 uur (telefoon: 010-2975374).
Meer informatie
Extra informatie vindt u op de volgende websites:
Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu (RIVM)
Website: www.rivm.nl
Maag Lever Darm Stichting
Website: www.mdlfonds.nl
Zorgportaal en Beter Dichtbij-app
Als je in Ikazia behandeld wordt, kun je het zorgportaal mijnikazia.nl en de Beter Dichtbij-app gebruiken.
Zorgportaal
In het zorgportaal staat alle informatie over uw afspraken, uitslagen van onderzoeken. Ook over het contact tussen uw arts, physician assistant (PA), verpleegkundigen en de huisarts. Als u de uitslag van een onderzoek niet kunt zien, betekent dit dat die nog niet bekend is. Sommige uitslagen hebben meer tijd nodig. Heeft u vragen over een uitslag? Stel die dan tijdens uw volgende afspraak met uw arts. U vindt het zorgportaal op www.mijnikazia.nl; log in met uw DigiD.
Beter Dichtbij-app
De Beter Dichtbij-app kunt u downloaden in de appstores. Via deze app heeft u eenvoudig contact met uw arts of verpleegkundige. De doktersassistenten bekijken uw vraag en sturen die door naar de MDL-arts. Vaak krijgt u binnen drie werkdagen antwoord. U kunt de app ook gebruiken om vragen te stellen over uw ziekte of om herhaalrecepten aan te vragen (geen injecties of infusen).