Informatie immunotherapie

Informatie immunotherapie

Informatie Immunotherapie

Oncologie

Ontstaan kanker

Uw lichaam is opgebouwd uit miljarden cellen, in allerlei soorten en maten. Kankercellen ontstaan uit gewone lichaamscellen. Bij kankercellen is er iets mis gegaan met het erfelijk materiaal in de kern van de cel. Daardoor gaat die cel zich onnodig en onbeheerst delen. Op die manier kan een tumor ontstaan, een gezwel dat steeds harder groeit.

Behandeling

Zodra de diagnose gesteld is, stelt uw arts een behandelplan op. Dat plan past zo goed mogelijk bij uw situatie. Welk behandelplan het beste is, hangt af van uw ziektebeeld, hoe ver de ziekte zich uitgebreid heeft en hoe het met uw lichamelijke en psychische conditie gesteld is.

Bij u heeft de arts gekozen voor immunotherapie. Bij immunotherapie krijgt u medicijnen die de groei van kankercellen op verschillende manieren kunnen remmen.

Uiteraard zijn ook combinaties van verschillende behandelwijze mogelijk. Immunotherapie kan worden gecombineerd met chemotherapie, chirurgie, radiotherapie of hormoontherapie.

Doel van de behandeling:

Immunotherapie wordt momenteel vooral gebruikt om de ziekte te remmen en/of uitbreiding van de ziekte te voorkomen.

Immunotherapie wordt ook gebruikt als aanvullende behandeling om tot een beter eindresultaat te kunnen bereiken.

Immunotherapie

De behandeling met immunotherapie is globaal in te delen in twee vormen.

Immunotherapie is een behandeling met medicijnen die een afweerreactie tegen kankercellen stimuleert.

Monoklonale antilichamen zijn medicijnen die de groei van kankercellen op verschillende manieren kunnen remmen. In deze map krijgt u informatie over monoklonale antilichamen.

Het afweersysteem

In de afgelopen jaren is meer bekend geworden over het functioneren van ons afweersysteem. Daarbij is het idee gegroeid dat het mogelijk moet zijn om met behulp van speciale medicijnen het afweersysteem gericht te versterken.

Op het oppervlak van alle cellen in ons lichaam zitten herkenningspunten. Deze worden ook wel antigenen genoemd. Als het afweersysteem lichaamsvreemde antigenen herkent, begint het antistoffen aan te maken. Zij koppelen zich aan de antigenen en kunnen daardoor de functie van de cel veranderen of deze vernietigen. Antistoffen spelen een belangrijke rol in de bescherming van ons lichaam tegen ongewenste indringers of wanneer cellen dreigen te ontsporen.

Monoklonale antilichamen

Behalve het stimuleren van de aanmaak van eigen antilichamen, kunnen ook antilichamen worden toegediend die buiten het lichaam zijn nagemaakt.

Dit zijn zogenoemde monoklonale antilichamen. Monoklonale antilichamen activeren het immuunsysteem niet, maar vallen de kankercellen rechtstreeks aan. De antilichamen herkennen kankercellen, hechten zich eraan en vernietigen ze.

Monoklonale antilichamen herkennen kankercellen aan eiwitten op het oppervlak van de cellen (de antigenen). De eiwitten komen ook voor op het oppervlak van gezonde cellen, maar zijn meer aanwezig op kankercellen. Doordat de monoklonale antilichamen zich alleen richten op deze eiwitten, werken ze heel specifiek.

Er zijn inmiddels verschillende monoklonale antistoffen, met elk een eigen werking.

Bijwerkingen van monoklonale antilichamen

In het algemeen geldt dat de bijwerkingen van monoklonale antilichamen zich meestal ‘beperken’ tot het zich niet goed voelen (algehele malaise), koorts en misselijkheid. Als aan het middel een andere stof is gekoppeld, dan hangen de bijwerkingen vooral af van die stof. De bijwerkingen zijn ook afhankelijk van de combinatie met andere geneesmiddelen.

Na het beëindigen van de behandeling, verminderen of verdwijnen de bijwerkingen doorgaans binnen één tot enkele dagen. Voor zover nu bekend hebben de bijwerkingen van monoklonale antilichamen meestal geen blijvende nadelige gevolgen.

Hieronder kunt u meer lezen over bijwerkingen die kunnen voorkomen:

  • invloed op de lichamelijke gesteldheid;

  • invloed op maag en darmen;

  • invloed op de huid;

  • invloed op het beenmerg en de afweer tegen infecties

  • invloed op hart en bloedvaten;

  • invloed op de psychische gesteldheid;

  • invloed op de menstruatie;

  • invloed op de zwangerschap.

Uitgebreide informatie over verschillende bijwerkingen en wat er aan te doen is, vindt u onder nummer 4 in de behandelwijzer.

Plaats van toediening immunotherapie

U kunt de immunotherapie krijgen op de dagbehandeling op afdeling 3E (poliklinisch). Op de dagbehandeling kan gedurende de chemokuur iemand bij u blijven. Er wordt voor eten en drinken gezorgd. De mogelijkheid bestaat om gebruik te maken van radio, televisie en DVD

Polikliniekbezoek

Afhankelijk van uw behandeling bezoekt u 1 x in de 3 weken of 3 maanden uw behandelend arts . Voordat u bij de arts komt, moet er eerst bloed geprikt worden en eventueel kan er voor gekozen worden om ook uw urine te controleren. De arts beoordeelt daarna het bloed en eventueel de urine waarna u de uitslag krijgt. Soms blijkt dat het bloed zich niet voldoende hersteld heeft van de voorgaande kuur. In dat geval wordt de kuur een week uitgesteld. Als het bloed goed is, krijgt u de volgende dag ( in sommige gevallen dezelfde dag) de kuur.

Ook worden voor u afspraken gemaakt bij de oncologieverpleegkundige.