Kwaadaardige huidafwijkingen

Kwaadaardige huidafwijkingen

Kwaadaardige huidafwijkingen

Plastische chirurgie / Chirurgie

Algemeen

Kwaadaardige huidafwijkingen (huidkanker) is de meest voorkomende kankervorm in Nederland. Huidkanker ontstaat doordat de huidcellen beschadigen en zich hierdoor verkeerd delen. Teveel ultraviolette (UV) straling is de belangrijkste oorzaak van huidkanker. UV straling komt niet alleen van de zon maar ook van de zonnebank. Mensen die tijdens hun kinderjaren veel in de zon zijn geweest en/of meerdere keren in hun leven zijn verbrand, lijken ook meer risico te hebben op het krijgen van huidkanker.

Extra risico

Huidkanker kan in de praktijk bij iedereen ontstaan. Er zijn groepen waar het vaker voorkomt:

- Mensen met een zeer lichte (blanke) huid. Deze mensen hebben minder pigment in de huid en verbranden daardoor sneller door de zon.

- Erfelijkheid. In sommige families komt huidkanker vaker voor.

- Leeftijd. Huidkanker komt vaker voor bij oudere mensen omdat ze relatief meer UV straling op hun huid hebben gehad.

- Afweersysteem. Mensen met een verlaagd afweersysteem hebben meer risico op huidkanker omdat het hun afweer niet lukt de beschadigde cellen door de zon te herkennen en te herstellen.

Soorten huidkanker

Er bestaan verschillende soorten huidkanker. In deze folder leggen wij de meest voorkomende soorten uit, namelijk: actinische keratose (voorstadium van huidkanker), basaalcelcarcinoom (BCC), plaveiselcelcarcinoom (PCC) en melanoom.

Actinische keratose (zonneschade)

Actinische keratose wordt ook wel zonneschade genoemd. Het is een voorstadium van huidkanker. De huidafwijking komt vooral voor bij oudere mensen maar kan ook op jonge leeftijd ontstaan. Actinisch betekent ‘door UV straling’ en keratose betekent ‘een hoornig plekje’. Bij actinische keratose voelt de huid ruw/schilferig aan. Soms ontstaat er een wondje door het krabben. Dit komt omdat het korstje vast zit en niet makkelijk loslaat.

De diagnose kan meestal met het blote oog worden vastgesteld en de behandeling wordt voorgeschreven door de huisarts of dermatoloog. De meest gekozen behandeling is vloeibare stikstof of een speciale crème.

Basaalcelcarcinoom (BCC)

Bij ongeveer 75% van de mensen met huidkanker gaat het om een basaalcelcarcinoom en dit is dus de meest voorkomende soort huidkanker. Het wordt ook wel afgekort tot BCC of basalioom genoemd. Ongeveer 1 op de 5 Nederlanders krijgt in zijn of haar leven 1 of meer plekjes basaalcelcarcinoom. Een BCC groeit heel langzaam en zaait (uitzonderingen daargelaten) nooit uit.

Een BCC kan er verschillend uitzien. In de meeste gevallen herken je het als een glad, glazig knobbeltje, dat heel langzaam groter wordt. Soms zijn daarin kleine bloedvaatjes te zien. Dit lijkt op een rood spinnenweb. Na een tijd kan er in een het midden van dit bultje een wondje ontstaan. Dit wondje kan soms nattig zijn en heeft een korstje wat makkelijk open te halen is. Soms valt het korstje er vanaf, maar daarna vormt zich weer een nieuw korstje. Het wondje geneest niet.

Maar een BCC kan er ook uit zien als een eczeem-plekje. Het is een rood vlekje waarbij de huid er droog uit ziet. Dit soort plekjes reageren echter niet op een crème of een zalf tegen eczeem, groeit langzaam door en geeft weinig klachten.

Plaveiselcelcarcinoom (PCC)
Bij ongeveer 15% van de mensen met huidkanker gaat het om een plaveiselcelcarcinoom. Deze variant wordt afgekort tot PCC. Deze vorm van huidkanker komt het meest voor bij mensen ouder dan 60 jaar. Mannen hebben het bijna twee keer zo vaak als vrouwen. Een PCC groeit sneller dan een BCC. Als een PCC niet behandeld wordt, kan het wel uitzaaien. Dat gebeurt meestal via de lymfeklieren in de buurt van de tumor. Een PCC is daardoor kwaadaardiger dan een BCC. Hoe eerder de behandeling, des te kleiner de kans op uitzaaiingen.

Een PCC komt vooral voor in het gezicht (oren, lippen, schedel), de nek of de handrug. Bij een PCC zie je geen glanzend bobbeltje of bloedvaatjes, iets wat je wel bij een BCC ziet. Het begint meestal als een bleekroze, ruw knobbeltje, soms met een wit schilferig centraal stuk. Als dit korstje loslaat, blijft er een ondiepe, slecht genezende, wond over.

Het melanoom

Deze vorm van huidkanker komt heel weinig voor. Per jaar krijgen ongeveer 7000 mensen een melanoom maar dat worden er elk jaar meer. Het melanoom kan op elke leeftijd ontstaan en komt het meest voor bij mensen tussen de 30 en 60 jaar. Vrouwen krijgen het vaker dan mannen.

Melanoom betekent letterlijk: zwart gezwel. Het ontstaat namelijk uit de pigmentcellen van de huid. Meestal zat er op die plaats al een moedervlek en ziet het eruit als een snel groeiende, makkelijk bloedende, bruinzwarte moedervlek. Maar een melanoom kan ook op een plek zonder moedervlek ontstaan. Bij vrouwen ontstaat het vaker op de romp en de benen. En bij mannen zie je het vaker op de romp en in het gezicht of de hals.

Het melanoom is een erg kwaadaardige huidtumor die kan uitzaaien. Via de lymfevaten kunnen de kankercellen zich verplaatsen en op de nieuwe plek verder groeien. Dit worden ook wel metastasen genoemd. Bij een melanoom kunnen kankercellen ook via het bloed uitzaaien naar andere plaatsen in het lichaam, zoals de longen, lever, hersenen of andere plaatsen op de huid.


De ABCDE methode:

Een (moeder)vlek is verdacht als hij één of meer van de volgende eigenschappen heeft:

- Asymmetrie: de ene helft van de (moeder)vlek heeft een andere kleur of vorm dan de andere helft.

- Border/rand: de (moeder)vlek heeft een onregelmatige grillige rand.

- Color/kleur: de (moeder)vlek verandert van kleur of heeft verschillende kleuren.

- Diameter: de (moeder)vlek is groter dan 5 millimeter.

- Evolving/evolutie: de (moeder)vlek jeukt, bloedt of verandert.

Kijk voor meer informatie over de ABCDE methode en plaatjes op:

Hoe herken je een melanoom (kanker.nl)

Voor verdere informatie over het melanoom en de behandeling bestaat een aparte folder.

De behandeling van BCC en PCC

Bij de keuze voor de behandeling van huidkanker zijn meestal verschillende specialisten betrokken. Er wordt gebruik gemaakt van landelijke richtlijnen. Het belangrijkste is dat de gekozen behandeling de grootste kans heeft op herstel. Verder wordt de behandeling bepaald door:

- De vorm van huidkanker en de groeiwijze.

- De plaats en grootte van de huidkanker, ook wel de tumor genoemd.

- Uw leeftijd en algehele conditie.

Vaak zijn er meerdere behandelingen mogelijk die hetzelfde resultaat geven. Daarom spelen ook andere factoren een rol zoals:

- Het cosmetische resultaat.

- De ervaring van uw behandeld arts met een bepaalde techniek.

- Uw eigen wensen.

Operatie (chirurgie)

Op de polikliniek (plastische) chirurgie wordt in de meeste gevallen gekozen voor een chirurgische behandeling. Dit wordt ook wel excisie (wegsnijden) genoemd. Bij deze behandeling wordt de tumor met een marge van gezonde huid rondom de tumor weggesneden. Dit gebeurt nadat de huid rondom is verdoofd. Na het verwijderen van de tumor hecht de arts de huid weer dicht. U kan na de behandeling direct naar huis. Een operatie met narcose kan soms nodig zijn als de tumor te groot is of diep is ingegroeid. Dit wordt altijd vooraf op het spreekuur met u besproken.

De tumor wordt na het verwijderen opgestuurd naar een patholoog. Een patholoog kijkt onder de microscoop of alle kwaadaardige cellen zijn verwijderd. De uitslag volgt binnen 1 tot 2 weken. Soms is het nodig om de ingreep te herhalen wanneer blijkt dat er kwaadaardige cellen zijn achtergebleven. In de meeste gevallen is één behandeling gelukkig genoeg.

Het kan zijn dat de (plastisch) chirurg de operatiewond niet direct kan dichtmaken nadat de tumor is verwijderd. Dit komt vaak voor bij tumoren op de schedel, rondom de ogen of de neus. In dit geval is er een reconstructie of een transplantatie nodig.

  • - Bij een reconstructie herstelt de arts de operatiewond door een stukje huid uit de omgeving te verschuiven of te draaien. Hierbij ontstaat een extra littekentje.
  • - Bij een transplantatie herstelt de arts de operatiewond door deze dicht te maken met een stukje huid dat ergens anders op het lichaam wordt weggehaald. Dit noemen we een huidtransplantaat. Dat nieuwe stukje huid moet daarna opnieuw vastgroeien. In de meeste gevallen wordt er een klein stukje huid weggehaald voor het oor, bij het sleutelbeen, de bovenarm of de lies.
  • - Afhankelijk voor de soort afwijking, de grootte en de plek op het lichaam, wordt er soms voor gekozen de wond niet direct dicht te maken, maar eerst de uitslag van het weefsel onderzoek af te wachten. De wond blijft in de tussentijd dan open.

Overige behandelingen

Bij het voorstadium van huidkanker (actinische keratose) of oppervlakkige tumoren kan er gekozen worden voor een andere behandeling. Een chirurgische behandeling is dat geval niet de beste keuze. Andere behandelingen voor huidkanker kunnen zijn:

- Bevriezing (cryotherapie)

Deze behandeling wordt uitgevoerd door de dermatoloog waarbij de huidtumor wordt bevroren met stikstof. Door de bevriezing worden de kankercellen beschadigd en opgeruimd door het lichaam zelf. Er ontstaat kort na de bevriezing een blaar/wondje. Wanneer het wondje is genezen, blijft er een litteken over.

- Fotodynamische therapie (PDT)

Fotodynamische therapie is een soort lichttherapie. Er wordt een gel op de huid aangebracht waardoor de huid gevoeliger is voor licht. Door de belichting ontstaat er een proces waardoor de kankercellen beschadigen en opgeruimd worden door het lichaam.

- Chemotherapie

De chemo-crème wordt aangebracht op de huid. De crème zorgt ervoor dat de tumor zich niet verder deelt en dat deze beschadigd en opgeruimd kan worden door het lichaam. De huid zal eerst slechter worden, meestal ontstaat er een wondje. Na één of twee weken trekt dat weer weg.

- Radiotherapie

In sommige gevallen is de tumor te groot of te diep in de huid gegroeid waardoor al deze behandelingen niet de beste keuze zijn. In dat geval kan er gekozen worden voor bestraling (radiotherapie). Door de bestraling worden de kankercellen vernietigd. Het nadeel van radiotherapie zijn de bijwerkingen zoals roodheid, huidverkleuringen en vermoeidheid. Sommige patiënten met een PCC krijgen na de operatie bestraling om de kans op terugkeer of uitzaaiingen zo klein mogelijk te maken.

Controle na de behandeling

Het advies is om na de behandeling minimaal 1 keer per jaar een controle in te plannen bij uw behandeld arts. Dit is in de meeste gevallen uw dermatoloog of huisarts.

Bij sommige patiënten kan de ziekte op de behandelde plaats weer terugkomen. Daarnaast ontstaan bij ongeveer 20 – 50% van de patiënten na verloop van tijd nieuwe tumoren. Indien u een sterk verhoogd risico op huidkanker heeft, is levenslange controle nodig.

Tijdens de controle bekijkt de arts de huid rondom het litteken en controleert uw huid op eventuele nieuwe verdachte plekjes.

Tot slot

Mocht u na het lezen van deze algemene informatie nog vragen hebben, stelt u die dan gerust aan uw behandelend (plastisch) chirurg of aan de assistente. Mocht u van mening zijn dat bepaalde informatie ontbreekt, dan vernemen wij dit graag van u.

Polikliniek (Plastische) Chirurgie, route 61    

T 010 297 52 20

bereikbaar van maandag tot en met vrijdag tussen 08.15 – 16.30 uur

Belt u tijdens feestdagen, in het weekend, avond of nacht dan kunt u contact opnemen met de spoedeisende hulp, de SEH

T 010 297 53 00

www.ikazia.nl