Leren drinken
Moeder en Kind Centrum
Het is belangrijk dat drinken een fijn moment is voor uw baby en dat hij/zij een goede drinktechniek aanleert. Goed kunnen drinken vraagt een goede coördinatie van zuigen, slikken en ademen. De meeste baby’s leren dit vanaf 34 weken zwangerschap. Zuigen op de fopspeen is voor te vroeg geboren baby’s een goede voorbereiding op het leren drinken. Als de baby nog niet toe is aan drinken, krijgt hij/zij voeding per sonde.
Klaar voor de borst?
Een te vroeg geboren baby mag aan de borst leren drinken zodra hij/zij er aan toe is. Om te kunnen drinken moet uw baby wakker en alert zijn. Ook moeten de voedingsreflexen aanwezig zijn. Bij borstvoeding kan uw baby de melkstroom zelf goed reguleren. De melk zal niet direct stromen zonder dat uw baby zuigt. De verpleegkundige, kraamverzorgende en de lactatiekundige begeleiden u bij het geven van borstvoeding.
Klaar voor de fles?
Om een fles te kunnen drinken moet uw baby wakker en alert zijn. Ook moeten de voedingsreflexen aanwezig zijn. Houd de fles op zijn kop en laat de speen vollopen met melk voordat u de speen aanbiedt. Dit voorkomt dat de melk te snel uit de fles stroomt. Maak gebruik van de zoekreflex van uw baby, door met de volle speen het wangetje naast de mondhoek of de lipjes zachtjes aan te raken. Wacht tot uw baby een “grote hap” neemt en zelf naar de speen toekomt. Let erop dat de tong laag in de mond blijft.
Drinken in zijligging
Drinken in zijligging is een natuurlijke houding, te vergelijken met het drinken aan de borst. Zeker bij het leren drinken kan deze houding prettig zijn.
Voordelen van drinken in zijligging zijn:
Uw baby ligt goed gesteund.
De coördinatie van het zuigen, slikken en ademen is makkelijker.
Uw baby verslikt zich minder snel.
Indien uw baby in zijligging te drinken heeft gekregen tijdens de opname, bespreek dan voordat u naar huis gaat wat het advies is voor voedingshoudingen thuis.
Voedingssignalen
Baby’s laten door middel van voedingssignalen zien of zij toe zijn aan drinken.
Deze signalen zijn:
Langzaam wakker worden, oogjes vluchtig bewegen heen en weer.
Zachtjes smakken of happen.
Handjes naar de mond brengen.
Wanneer ook de voedingsreflexen aanwezig zijn dan kan uw baby gaan drinken.
Voedingsreflexen
Baby’s drinken reflexmatig, dat betekent: met behulp van voedingsreflexen. Pas als de baby deze reflexen vertoont, kan gestart worden met drinken. Bij prematuur geboren baby’s zijn voedingsreflexen soms nog niet aanwezig, of komen nog niet goed tot uiting door vermoeidheid.
Om een (te vroeg geboren) baby te laten drinken is het van groot belang deze reflexen te herkennen en hier gebruik te maken.
Zoekreflex: strijk met de tepel of speen bij de mondhoeken van uw baby, uw baby draait het hoofdje richting de prikkel. Als uw baby het mondje wijd opent en het tongetje laag in de mond ligt, kan de tepel/speen aangeboden worden.
Zuigreflex: door met de tepel/speen langs de lippen, de tong en/of het gehemelte te strijken wordt de zuigreflex opgewekt.
Slikreflex: als er voldoende melk achter in de mond verzameld is, volgt het slikreflex. De slikreflex is bij jonge baby’s sterk gekoppeld aan het zuigen. Het is belangrijk dat de speen tot achter op de tong in de mond ligt, en de lippen om het brede deel van de speen gesloten zijn.
Signalen en reflexen: herkennen en interpreteren
Per voedingsmoment bekijken we of uw baby aan de voorwaarden voor veilig drinken voldoet. Vaak kunt u aan uw baby zien of het drinken prettig verloopt of dat het stressvol is voor hem/haar. Het vraagt wat oefening de signalen die uw baby afgeeft te interpreteren en hiernaar te handelen. Wij helpen u om deze signalen te leren herkennen. Het is belangrijk te stoppen met voeden als u stress-signalen ziet. Vaak kunt u na een korte pauze weer opnieuw een oefenmoment starten.
Meer uitleg over stress-signalen kunt u vinden in het hoofdstuk ‘Lichaamstaal en prikkels’.
Boeren
Tijdens en na de voeding kan het nodig zijn om uw baby te laten boeren om ingeslikte lucht kwijt te raken. Door uw baby na elke voeding te laten boeren, kunt u het spugen en de kans op buikkrampjes verminderen. De behoefte hieraan wisselt per baby.
Om uw baby te laten boeren zijn er verschillende houdingen. Samen met de verpleegkundige, lactatiekundige en/of medisch pedagogisch zorgverlener kunt u ontdekken wat uw baby prettig vindt.
Hulp en advies
In het Moeder en Kind Centrum werken diverse disciplines nauw samen. Kinderarts, verpleegkundige, lactatiekundige, medisch pedagogisch zorgverlener en logopedist kijken regelmatig met elkaar, ieder met een eigen expertise, naar de optimale voedingsmogelijkheden voor uw baby.
De rol van logopedist is voor sommige ouders wat verwarrend, omdat logopedie met spreken geassocieerd wordt. De logopedist is echter ook nauw betrokken bij pasgeboren baby’s die gaan leren drinken. Veel spieren die we voor het spreken gebruiken, zijn namelijk ook actief bij het slikken. De arts zal de logopedist om advies vragen als uw baby onvoldoende drinkt, zich snel verslikt, voeding afweert of ‘slordig’ drinkt. De logopedist observeert dan het drinken, onderzoekt de mondmotoriek en de reflexen en geeft advies over houding, type fles of speen en wijze van aanbieden van de voeding.
Voedingsboekje
Het voedingsboekje is ontwikkeld voor de ouders, om de voedingen bij te kunnen houden. Maar ook om het aantal keren plassen, poepen of het spugen te kunnen noteren.
Lactatiekundige
Een lactatiekundige is opgeleid om u te adviseren en te begeleiden als er problemen ontstaan bij het geven van borstvoeding.
De lactatiekundige kan hulp, voorlichting en advies bieden bij:
het weigeren van de borst,
het aanleggen van uw baby,
pijnklachten tijdens het voeden,
onvoldoende of te veel melkproductie,
onvoldoende groei van de baby,
(terugkerende) borstontsteking,
het afkolven van moedermelk,
gebruik van medicatie.
Wanneer u opgenomen bent in het Moeder en Kind Centrum, kunt u via de verpleegkundige in contact komen met de lactatiekundige. Wanneer u thuis bent, kunt u zelf contact opnemen met de lactatiekundige of u wordt door de kinderarts, gynaecoloog of verloskundige doorverwezen.
U kunt telefonisch een afspraak maken op telefoonnummer:
T 010 297 56 93 of (bij geen gehoor) T 010 297 52 74
U kunt de lactatiekundige ook per e-mail bereiken: lactatiekundige@ikazia.nl
Als u en/of uw baby opgenomen zijn in het ziekenhuis dan kunt u kosteloos gebruik maken van de adviezen en begeleiding van de lactatiekundige.