Ontwikkelingsgerichte zorg
Moeder en Kind Centrum
Ontwikkelingsgerichte zorg is gericht op de ondersteuning van de ontwikkeling van uw baby.
De omgeving heeft altijd veel invloed op het welzijn en de ontwikkeling van baby’s. Als uw baby ziek of te vroeg geboren is heeft de omgeving nog meer invloed op het welzijn van uw baby. Ook is het risico groter dat er ontwikkelingsproblemen kunnen zijn. Met ontwikkelingsgerichte zorg proberen wij uw baby op de juiste manier en passend bij zijn of haar ontwikkeling te ondersteunen.
Wat doen wij aan ontwikkelingsgerichte zorg?
Wij ondersteunen en stimuleren de ontwikkeling van een goede band tussen u en uw baby;
Wij begeleiden u als ouders bij het leren kennen van uw baby;
Wij leren u de lichaamstaal van uw baby te begrijpen;
Wij stemmen de zorg af op wat uw baby nodig heeft;
Wij proberen pijn, stress en lichamelijk ongemak te voorkomen en te beperken door uw baby het zo comfortabel mogelijk te maken;
Wij helpen uw baby hoe hij of zij zichzelf tot rust kan brengen bij stress of teveel prikkels door bijvoorbeeld de handjes naar de mond te brengen en hierop te laten sabbelen of te zuigen. Dit wordt zelfregulerend gedrag genoemd;
Wij creëren een rustige en aangename omgeving wat betreft geluid, licht en temperatuur.
Uw betrokkenheid is van groot belang. Het is belangrijk uw baby goed te observeren, zodat u uw baby en zijn /haar lichaamstaal leert kennen. Hierdoor leert u signalen van stress en comfort te herkennen en hoe u daarop kunt reageren zodat u uw baby kan ondersteunen in zijn/haar ontwikkeling.
Lichaamstaal
Zo ziet u of uw baby ontspannen is:
Benen en armen zijn gebogen en de handen bij het gezicht;
Ontspannen handje, vingers liggen los om het duimpje of helemaal open;
Een heldere blik waarbij de ogen open zijn en uw baby contact zoekt;
Uw baby maakt oogcontact;
Het gezichtje staat ontspannen;
Uw baby heeft een roze kleur;
De ademhaling van uw baby is rustig en regelmatig.
Zo ziet u of uw baby stress heeft:
Gestrekte en gespreide vingers of juist gebalde vuistjes;
Overstrekken, hoofd naar achteren;
Schrikbewegingen en /of ongecontroleerde bewegingen van de armen en/of benen;
Slap worden of juist strekken van de armen en benen;
Kleurveranderingen in het gezicht zoals bleek of rood worden;
Huilen;
Suffer worden;
Hikken/gapen/persende geluiden, spugen;
Daling van de hartslag, ademhaling en/of zuurstofverzadiging van het bloed;
Ogen wijd open sperren of juist dichtknijpen;
Een ontwijkende blik, wegdraaien van het gezicht.
Zo ziet u of uw baby honger heeft:
Uw baby maakt smakgeluidjes;
Uw baby maakt mondbewegingen alsof uw baby ergens op wil zuigen;
Hand naar de mond brengen en sabbelen op handjes.
Zo ziet u of uw baby zichzelf kan troosten (zelfregulerend gedrag):
Zuigen op een speen, duim of vinger van een van de ouders;
Zelf handjes op zijn of haar gezicht leggen;
Het maken van voetcontact (voeten tegen elkaar aanleggen);
Iets vasthouden;
In elkaar vouwen van de handen.
Omgevingsfactoren
Omgevingsfactoren zijn geur, licht, geluid en temperatuur.
Prikkels in de omgeving van uw baby kunnen zoveel mogelijk beperkt worden door:
Gebruik te maken van daglicht, open en dichtdoen van gordijnen en bij afwezigheid van daglicht indirect dimbaar licht. Juist als uw baby wakker is, is het fijn als er geen direct licht in zijn/ haar ogen schijnt zodat hij/zij contact kan maken;
Vermijden van veel en harde geluiden;
Niks op de couveuse plaatsen;
Zachtjes sluiten van de couveusedeurtjes;
Niet te luid praten;
Het geluid van radio/tv/telefoon dempen;
Voorkomen van onnodig in-en uitlopen op de kamer;
De temperatuur is constant en regelbaar. U kunt uw baby helpen zijn temperatuur te ondersteunen tijdens verzorging, bad, wegen, tillen en lichamelijk contact door gebruik te maken van de warmtelamp, een warme doek of huid op huid contact;
Geurdoekje met de geur van mama bij uw baby leggen. Dit geeft herkenning.
Als uw baby ouder en sterker wordt zal hij/zij ook meer prikkels kunnen verdragen. Direct licht en teveel geluid blijven storend. Het spreken op een normale toon en meer lichtinval in de couveuse kunnen in de loop van de opname geïntroduceerd worden. Ook zal uw baby op een gegeven moment overgaan van een couveuse naar een wieg. Wanneer daarvoor het geschikte moment is hangt af van de ontwikkeling van uw baby. U zult uw baby steeds beter gaan kennen en kunnen zien wat hij/zij kan verdragen.
Overige algemene adviezen
Een te vroeg geboren baby kent nog geen echt dag-en nachtritme, maar wisselt gedurende de hele dag periodes van diepe slaap, ondiepe slaap en wakker zijn af. Tijdens de periodes van slaap herstelt hij/zij van alles wat er gedurende een hele dag gebeurt. Het is dan ook belangrijk om uw baby niet onnodig wakker te maken. U kunt zich voorstellen dat er situaties zijn waarbij niet gewacht kan worden met het bieden van zorg. Benader uw baby dan rustig en maak hem wakker door gebruik te maken van uw stem en hem/haar vervolgens aan te raken.
De verzorging kan vermoeiend en prikkelend zijn voor uw baby. Het is daarom belangrijk goed op de signalen van uw baby te letten zodat u de verzorging aan kunt passen als dat nodig is. Dit kunt u doen door uw baby te verzorgen met rustige bewegingen en niet teveel handelingen achter elkaar uit te voeren. U kunt uw baby tijdens de verzorging steeds even rust geven. Het is aan te raden zoveel mogelijk contact met het lichaam te houden door een hand op het lijfje te houden.
Om uw baby te helpen in balans te blijven is het aan te raden alle spullen klaar te leggen voordat u aan de verzorging begint en de verzorging met twee personen uit te voeren. Waarbij u als ouder(s)/ verzorger(s) de hoofdverzorger bent en de verpleegkundige u begeleidt waar nodig. Belangrijk is uw baby te helpen om armen en benen gebogen en bij elkaar te houden. Zorg dat uw baby zijn/haar handen naar het gezicht kan brengen of iets kan vast houden. Dit kan goed in zijligging. Verder is het belangrijk om tegen uw baby te praten en oogcontact te maken gedurende de hele verzorging. Probeer de afstand tussen u en uw baby zo klein mogelijk te houden. Ook kan het troost bieden wanneer uw baby op iets kan zuigen.
Bij verpleegkundige en medische handelingen heeft u als ouder/ verzorger vooral een troostende rol. Door middel van buidelen (ook wel kangoeroeën genoemd) kunt u als ouder/ verzorger een band met uw baby opbouwen en hem/haar beter leren kennen.
Andere voordelen van buidelen zijn:
Bevorderen van een regelmatige ademhaling, hartactie en een stabiele zuurstofverzadiging;
Het geven van een veilig en geborgen gevoel;
Bevorderen van het slagen van de borstvoeding;
Het bijdragen aan een stabiele temperatuur van uw baby.
U (zowel vader als moeder) kunnen uw baby bloot, met een luier om, op uw borst leggen met daaroverheen een molton of omslagdoek. U mag zoveel en zo lang als u wilt buidelen (met als minimum een uur achter elkaar).
Een aangename slaaphouding, waarbij uw baby zich kan ontspannen zorgt voor comfort. Te vroeg geboren baby’s hebben vaak niet de kracht om een gebogen houding, met de knieën wat opgetrokken, aan te nemen en moeten daarom met ondersteunende materialen daarbij geholpen worden. Welke materialen daarbij nodig zijn hangt af van de fase van ontwikkeling waarin uw baby zit. In deze zorgmap vindt u uitleg hoe de verschillende materialen gebruikt kunnen worden. Ook kunt u een doekje met de geur van mama bij uw baby leggen. Dit geeft herkenning.
U brengt veel tijd door op de kamer bij uw baby. Het is daarom van belang dat u zich daar thuis voelt. Aarzel niet om persoonlijke spullen als kaarten, knuffeltjes, foto’s of tekeningen mee te nemen. Het is tenslotte de tijdelijke babykamer.