Orale voeding (A4)

Orale voeding (A4)

Logopedie: Early Feeding Skills

Moeder en Kind Centrum

Checklist voorwaarden orale voeding

Voor de premature pasgeboren baby geldt dat hij/ zij een goede zuig- en sliktechniek moet hebben ontwikkeld voordat met drinken kan worden begonnen. Gebruik onderstaande én de EFS- checklist om te bepalen of het kind toe is aan orale voeding.

Voorwaarden orale voeding

JA

NEE

Zonder beademing of (N)CPAP

Rootingreflex* opwekbaar (open mond en tong laag)

Voldoende alert

Adequate state (zie schema state)

Baseline SPO2> 85%(prematuur)/ Basline SPO2 > 93% (á term)

Basline ademfrequentie 40-60 per minuut

Lichaam voldoende flexie met handen/ armen in de middenlijn

Voldoende energie voor handhaving tonus en flexie lichaam

* Rooting reflex en zuigreflex. De rooting reflex en de zuigreflex zijn twee reflexen die nauw met elkaar verbonden zijn. Op het moment dat je de wang van een pasgeborene aanraakt met je vinger, zal de baby zijn of haar hoofd naar de vinger toedraaien, de mond openen en de lippen om de vinger heen sluiten. Dit is de rooting reflex. Vervolgens zal de baby op de vinger gaan zuigen, waarbij hij eveneens kauw- en slikbewegingen zal maken. Dit is de zuigereflex. Kinderen met neurologische afwijkingen of kinderen die te vroeg geboren zijn laten nogal eens een gebrek aan deze belangrijke reflexen zien. Bron: wikipedia[VEv1] .

Kun je bij bovenstaande 8x ja invullen? Ga naar “Orale voeding uitproberen”.

Orale voeding uitproberen

Observatie voedingsmoment

JA

NEE

Vermogen alert te blijven tijdens voeding en handhaven lichaamshouding* *

Vermogen ritmisch zuigpatroon te handhaven**

Vermogen speen/ tepel aangezogen te houden (geen verlies voeding)**

Vermogen veilig te slikken (zonder verslikken), helder ademgeluid**

Voeden** zonder stressignalen***

Voeden** zonder verandering van kleur/ teint

Saturatie, hart- en ademfrequentie blijven binnen de gestelde grenzen van de monitor en/ of hart- en ademfrequentie stijgen tot maximaal 15 eenheden boven de baselinemeting van het kind**

Zonder gebruik van hulpademhalingsspieren**

** Mogelijke aanpassingen bij problemen met deze punten.

*** Wenkbrauwen optrekken, fronsen, wegdraaien, bewegingsonrust.

Bij twijfel of nee: orale voeding afbreken.

Bij 8x ja: bij volgend voedingsmoment orale voeding in overweging nemen.

Mogelijke aanpassingen:

1. Houding kind corrigeren;

2. Zuigreeksen en adempauzes reguleren;

3. Aanpassen speen;

4. Bij uitval op deze punten alle drie de aanpassingen in overweging nemen.

Bron: Early Feeding Skills, S. Thoyre, C. Shaker, K. Pridham

Schema state

De state wordt vóór, tijdens én na de voeding continu beoordeeld en geobserveerd. Het is belangrijk dat de zuigeling een goede state kan bereiken en behouden gedurende de voeding. Hierdoor kan de zuigeling zijn aandacht gemakkelijker richten op het voeden, waardoor het risico op mislukken van de voeding en complicaties afneemt. Als de zuigeling teveel prikkels krijgt aangeboden of gezien de neurologische ontwikkeling nog niet klaar is voor het ontvangen van orale voeding zal hij geen rooting laten zien en gemakkelijk in slaap vallen.

Hoewel een zuigeling goed gevoed kan worden in state 3, 4 of 5 is de rustig (4)- of actief alerte state (5) vaak de beste. Het volgende schema kan aangehouden worden bij het beoordelen van de state van de zuigeling, met de verschillende kenmerken:

Fase

Kenmerken

Diepe slaap

Geen oogbewegingen, geen spontaan bewegen, regelmatige ademhaling.

Lichte slaap

Laag niveau van activiteit, mogelijk snelle oogbewegingen, soms onregelmatige ademhaling en soms zuigbewegingen.

Slaperig

Gevarieerd niveau van activiteiten ogen zijn afwisselend open (glazige blik) of gesloten met trillende oogleden.

Rustig alert

Geopende ogen en een heldere blik kijkt en reageert op prikkels uit de omgeving. Weinig motorische activiteit.

Actief alert

Motorisch actief, inclusief soms druk bewegen van de armen en benen.

Huilen

Huilt en is moeilijk troostbaar, onrustige bewegingen met armen en benen.

Bron: Brazelton and Nugent, 2020