Ouderschap en kanker:
Samen sterk
Introductie
U heeft als ouder de diagnose kanker gekregen. Deze diagnose heeft vanzelfsprekend invloed op het hele gezin. U krijgt te maken met uw eigen emoties en u wilt er ook voor uw gezin zijn. Dit is niet makkelijk. Bij uw kinderen kunt u merken dat uw ziekte misschien vragen oproept over zichzelf, hun ouder en/of de toekomst. Ook in deze moeilijke periode zijn ouders vaak goed in staat om hun kinderen emotioneel te ondersteunen. Deze folder geeft u verdere informatie en tips.
Aan uw kind(eren) vertellen dat u kanker heeft
Veel ouders willen hun kinderen beschermen tegen vervelende dingen. Hierdoor denkt u er misschien over na om uw kinderen niet over uw ziekte te vertellen. Toch is het belangrijk om ze erbij te betrekken. Zelfs jonge kinderen kunnen spanning of verdriet bij hun ouders goed aanvoelen. Soms trekken kinderen verkeerde conclusies uit informatie die zij oppikken. Ze kunnen gaan fantaseren en (soms onnodige) angstige gedachten krijgen. Wanneer u uw kinderen over uw ziekte vertelt, zullen zij zich serieus genomen voelen. Er ontstaat dan ook ruimte om hun gevoelens met u te delen en om hun vragen te stellen.
Algemene tips
- Het is heel belangrijk dat kinderen weten dat er, wat er ook gebeurt, voor ze gezorgd wordt. Dit geeft kinderen een gevoel van veiligheid.
- Houd zoveel mogelijk het normale ritme van het dagelijks leven aan. Leg hen uit wat er de komende tijd gaat gebeuren. Maak bijvoorbeeld samen een planning die u op kunt hangen.
- Houd zoveel mogelijk dezelfde opvoedregels aan als normaal.
- Bereid uw kinderen voor op veranderingen. Vertel bijvoorbeeld dat u kaal kunt worden door uw behandeling of dat zij de komende tijd door iemand anders worden opgehaald van school. Controleer of ze het begrijpen.
- Gebruik eenvoudige en duidelijke woorden. Gebruik juist het woord ‘kanker’. Dit woord geeft vooral volwassenen een vervelend gevoel, kinderen hebben dit gevoel vaak (nog) niet.
- Geef genoeg informatie om de onzekerheid te verminderen, maar geef geen onnodige (nare) details.
- Stimuleer uw kinderen om hun vragen te stellen. U kunt ook zelf vragen stellen aan uw kinderen (bijvoorbeeld: denk jij dat kanker besmettelijk is?).
- Praat met uw kinderen wanneer uw eigen emoties redelijk onder controle zijn.
- Soms is het niet zeker of u beter wordt. Het advies is dan om eerlijk te zijn: benoem dat u niet kan beloven dat u beter wordt, maar dat u hier samen met de dokter alles aan doet.
- Zorg goed voor uzelf, dan kunt u er ook beter voor uw kinderen zijn. Laat steun van familie en vrienden vooral toe.
- Laat uw kinderen helpen op een passende manier. Dit kan hen juist een prettig gevoel geven. Vertel uw kinderen dat ze ook zelf mogen genieten.
- Informeer de school van uw kind.
Meegaan naar het ziekenhuis
Misschien vraagt uw kind of het mee mag naar het ziekenhuis. Vaak kan dat uw kind helpen om beter te begrijpen wat er met u gebeurt. U kunt met uw dokter of verpleegkundige bespreken hoe u uw kinderen kunt betrekken bij ziekenhuisbezoeken. Overleg vooraf of dit kan en wanneer dit mogelijk is. Vertel uw kind wat het kan verwachten. Bijvoorbeeld welke mensen zij in het ziekenhuis tegen kunnen komen. Het is belangrijk uw kind niet te dwingen mee te gaan naar het ziekenhuis als het dat niet wil.
Tips per leeftijdsfase
Bij het ondersteunen van uw kind, is het belangrijk rekening te houden met hun leeftijd en ontwikkeling. Hieronder kunt u lezen over verschillende reacties en tips per leeftijdsfase.
Peuters en kleuters
Kinderen in deze leeftijd kunnen nog niet goed praten over hun gevoel. Ze laten daarom door hun gedrag zien hoe ze zich voelen. Vaak hebben kinderen geen angst bij woorden zoals ‘kanker’ of ‘dood’. Peuters en kleuters leven in het hier en nu. Hierdoor gaan ze na een moeilijk moment vaak weer met hun eigen spel door. Veel informatie geven of in de toekomst kijken heeft dan weinig zin.
Tips:
- Geef uitleg met plaatjes en boeken
- Gebruik duidelijke taal. Figuurlijk taalgebruik (zoals een spreekwoord) kan verwarrend zijn.
- Door met uw kind te spelen kan uw kind zijn gevoel uiten.
- Zorg voor een vast ritme op de dag. Voorspelbaarheid geeft kinderen een veilig gevoel.
- Kinderen kunnen moeite hebben met een verandering in uw uiterlijk. Vertel dan dat u nog steeds hun papa of mama bent.
Basisschool leeftijd (6 tot 12 jaar)
Deze kinderen begrijpen steeds beter wat ziekte of dood betekent. Jonge kinderen denken vooral nog ‘concreet’: nadenken over wat ze zien. U zult merken dat kinderen bij het ouder worden steeds abstracter kunnen nadenken. ‘Abstract’ betekent dat kinderen begrijpen waar het over gaat zonder het te zien. Ze kunnen dus over de toekomst gaan nadenken. Soms gaan kinderen in deze leeftijd zich te verantwoordelijk voelen. Ze willen hun zieke ouder graag op allerlei manieren helpen. Bijvoorbeeld door hun eigen verdriet niet te laten zien. Of ze maken zich zorgen over hun eigen gezondheid en toekomst.
Tips:
- Ook voor deze kinderen is een vast ritme op de dag belangrijk.
- Vraag naar hun gevoelens. Als praten moeilijk is, kunt u samen een tekening maken of situaties naspelen met speelgoed.
- U kunt ook vertellen over uw gevoelens, wanneer u deze genoeg onder controle heeft.
- Stel uw kind zo veel mogelijk gerust. Zeg geen dingen waar u niet zeker van bent.
- Geef duidelijke informatie over uw ziekte en behandeling. Deel geen informatie waar uw kind niets aan heeft (te veel details, dingen die in de toekomst kunnen gebeuren).
- Vertel de school van uw kind wat er aan de hand is. Misschien laat uw kind ander gedrag zien, bijvoorbeeld moeite met opletten. De leerkracht kan dit dan beter begrijpen.
- Betrek uw kind bij kleine beslissingen als het dat fijn vindt.
Tienerleeftijd (12-16 jaar)
Kinderen in deze leeftijd vormen steeds meer identiteit. Zij maken zich hiervoor langzaam los van hun ouders. Dit is een normale ontwikkeling. Bij ziekte van hun ouder kan het losmaken lastig zijn. Kinderen kunnen zich schuldig of te verantwoordelijk voelen. Soms vragen zij zich af “waarom overkomt mij dit?” en dit kan zorgen voor boosheid. Ook hun gedrag kan veranderen (bijvoorbeeld spijbelen). Soms zoeken tieners hun steun meer buiten het gezin, bijvoorbeeld bij vrienden. Dat kan schrikken zijn of u kunt u afgewezen voelen. Het is belangrijk om te weten dat vrienden op deze leeftijd heel belangrijk zijn en dat dit niets zegt over de band met u als ouder(s).
Tips:
- Vraag uw tiener om zijn/haar mening, zo voelen zij zich serieus genomen.
- U kunt uw tiener vragen om u te helpen, door ze bijvoorbeeld taken in het huishouden te geven.
- Respecteer het als uw tiener niet wil praten, maar blijf beschikbaar. U kunt nog steeds informatie geven of uw eigen gevoelens delen. Het kan helpen om te praten tijdens een activiteit samen (bijvoorbeeld, autorijden of wandelen).
- Stimuleer uw tiener om de dagelijkse activiteiten zo veel mogelijk hetzelfde te houden.
- Praten met vrienden of sporten zorgt voor afleiding of een moment om emoties kwijt te kunnen.
- Vertel school samen met uw tiener wat er aan de hand is.
Hoe is het bij u thuis?
Misschien merkt u geen van deze reacties bij uw kinderen. Dat kan natuurlijk. Kinderen zijn flexibel. Ze zijn er vaak goed in om manieren te vinden om met moeilijke dingen om te gaan. Toch is het belangrijk om met elkaar te blijven praten, af en toe te vragen hoe zij zich voelen of samen leuke dingen te doen.
Het kan ook zijn dat u juist merkt dat het helemaal niet lekker gaat met uw kind sinds u ziek bent. Bijvoorbeeld doordat uw kind slecht slaapt, minder eet, weer in bed plast of nergens meer zin in heeft. Neem dan contact op met uw huisarts.
Voorlichtingsmateriaal voor u en uw kind(eren)
Het lezen van een boek over kanker en ziek zijn, kan helpen om uw kinderen dingen uit te leggen. Een boek kan uw kind informatie geven of ervoor zorgen dat jullie er samen een gesprek over hebben. Op de polikliniek oncologie (3D) is er een kleine verzameling van boeken die u kunt lenen. Hieronder vindt u een aantal boekentips die u zelf kunt kopen of lenen bij de bibliotheek.
In de leeftijd van 3 tot 5 jaar
- Mama’s borst is ziek: geschreven door Hanneke de Jager over een moeder met borstkanker
- Ik ben Jack!: geschreven door Daniëlle van Caspel over kanker en ziekenhuizen
- Grote boom is ziek: geschreven door Nathalie Slosse over ziekte en behandeling
- Toverdruppels: geschreven door Nathalie Slosse over verdrietig zijn
- Sssst, mama slaapt!: geschreven door Marloes Prins over een moeder met kanker.
- Het staartje van mama Nijlie is ziek: geschreven door Janne de Jong over een moeder met kanker
- Papa draak wordt niet meer beter: geschreven door Sascha Groen over een zieke vader die niet meer beter kan worden en omgaan met de dood.
In de leeftijd van 6 tot 12 jaar
- Wanneer je moeder of vader kanker heeft: een werkboek voor kinderen geschreven door Dineke Verkaik en Paul Boelen. Als ouders kun je het boek ‘Wanneer je als ouder kanker hebt’ erbij lezen.
- Grote boom is ziek: geschreven door Nathalie Slosse over ziekte en behandeling
- De koningin met de 7 pruiken: geschreven door Tineke Toet over een koningin met kanker.
- Een zoen zo groen: geschreven door Katrijn Vannerum over een moeder die ziek is.
- De K van kanker: geschreven door Kiek Manasse over een vader die niet meer beter kan worden en omgaan met de dood.
- Mama heeft een knobbeltje: geschreven door Pieke Stuvel over een meisje met een moeder met borstkanker.
- Jess en Sam gaan op jacht: geschreven door Nel Kleverlaan over een papa en mama met kanker.
Website
Op de website www.Kankerspoken.nl kunt u als ouder meer informatie over kanker vinden en wat er in het hoofd van uw kinderen omgaat. Op de website is ook een apart gedeelte voor kinderen in verschillende leeftijdsgroepen.