Triggerfinger

Triggerfinger

Triggerfinger

Orthopedie

Algemeen

In de handpalm lopen pezen die de spieren van de onderarm verbinden met de toppen van de vingers en de duim. Zij zorgen voor het buigen van de vingers en de duim en zo kunt u een vuist maken. Deze pezen lopen vanaf het midden van de handpalm door een soort tunnel van bindweefsel. Een triggerfinger ontstaat wanneer de ingang van deze tunnel stug en stijf wordt en het steeds moeilijker voor de pees wordt om soepel door de tunnel te bewegen. Dit leidt tot een plaatselijke irritatie en een zwelling in de pees; zie ook de illustratie op de voorzijde van deze folder. Het normale, soepele glijden van de buigpees tijdens buigen en strekken van de vinger raakt zo nog verder verstoord. Soms komt de vinger uiteindelijk helemaal vast te zitten (‘op slot’) en kan deze niet meer gestrekt of gebogen worden. Met hulp schiet hij dan weer los en dit bewegingspatroon lijkt erg op dat van een vinger die de trekker van een pistool overhaalt. Vandaar de naam ‘triggerfinger’. Het kan komen door overbelasting of een ziekte (suikerziekte of reuma).

Wat zijn de klachten?

Vaak bestaan de klachten alleen uit drukpijn in de handpalm, daar waar de ingang van de buigpeestunnel zich bevindt. Uiteindelijk kan de vinger (of duim) pijnlijker worden bij bewegen en de beweging gaat ook stroever en minder goed. Als de vinger helemaal vast gaat zitten wordt ook wel uitstralende pijn gevoeld richting de bovenkant van het eerste gewricht van de vinger (omdat de pees hiermee verbonden is).

Behandeling

In eerste instantie kan een triggerfinger goed behandeld worden met een ontstekingremmende injectie (corticosteroiden). Deze injectie kan gelijk bij het eerste poliklinische bezoek gegeven worden, maar geeft gemiddeld slechts in 50% van de gevallen een blijvend goed resultaat. Bij de operatie, een ingreep onder plaatselijke verdoving, wordt het begin van de buigpeestunnel opengeknipt om zo meer ruimte te maken voor het soepel glijden van de pezen. Als een patient erg huiverig is voor een injectie of een operatie kan een nachtspalk overwogen worden.


Complicaties

Na injectie is er een kleine kans op infectie. Ook na een operatie is er een kans op infectie of bloeding echter ook deze kans is klein (0,5%).


Na de ingreep

De vinger kan meteen na de operatie weer normaal bewegen. Sommige patienten hebben na de operatie nog enige tijd een lichte zwelling op de plaats van het litteken, dat ook nog wel wat gevoelig kan zijn. De zere vinger moet meteen na de operatie gebogen en gestrekt worden om ‘verklevingen’ te voorkomen. De hand kan snel na het verwijderen van de hechtingen (na ongeveer 10 dagen) normaal gebruikt worden. Het verband kunt u na 3 dagen zelf verwijderen. De wond mag 10 dagen niet nat worden. Wanneer de hechtingen niet oplosbaar zijn worden deze na ongeveer 12 dagen weggehaald door de huisarts of de orthopeed.

Pijnstilling

Gebruik als pijnstilling de eerste week paracetamol tabletten. U mag zo nodig 3 keer per dag 1000 mg (1000 mg = 2 tabletten van 500 mg).

Wanneer contact opnemen met de polikliniek Orthopedie

Krijgt u koorts of koude rillingen en wordt of is uw vinger rood, neem dan contact op met de polikliniek. Het kan zijn dat u een ontsteking aan de wond heeft.

Vragen en telefoonnummers

Het is belangrijk dat u juiste en duidelijke informatie krijgt. Heeft u na het gesprek met uw arts en het lezen van deze folder nog vragen, stel deze dan gerust. U kunt ook met uw vragen terecht op de polikliniek Orthopedie. Schrijf uw vragen van te voren op zodat u niets vergeet. Ook thuis na de operatie kunt u uw vragen telefonisch stellen.

Polikliniek Orthopedie

T 010 297 54 20