Verdenking neonatale infectie (A4)

Verdenking neonatale infectie (A4)

(Verdenking) Neonatale infectie

Uw kind heeft een infuus met antibiotica gekregen om een (mogelijke) infectie te bestrijden.

Oorzaken voor een infectie

Een infectie kan zich ontwikkelen vóór, tijdens of na de bevalling en is soms zelfs de reden van vroeggeboorte van een kind.

Hoe merkt u dat uw kind een infectie heeft?

Uw kind kan:

  • slaperig zijn;

  • niet goed meer drinken;

  • grauw zien;

  • koude handjes en/of voetjes hebben;

  • een te hoge of te lage temperatuur hebben;

  • een versnelde ademhaling hebben;

  • niet huilen bij bepaalde handelingen, zoals bloedafname.

Behandeling

Er wordt bloed bij uw baby afgenomen om te kunnen controleren welke bacterie of welk virus uw baby ziek maakt. Ook zal de algehele toestand van uw baby door middel van bloedafname worden gecontroleerd.

Het duurt 48 tot 72 uur voordat de uitslag van de bloedkweek bekend zal zijn, tot die tijd wordt uw baby in ieder geval behandeld met antibiotica.

Bij de eerste bloedafname wordt een zogenaamd infuus in een bloedvat van uw baby achtergelaten, dit kan op diverse plekken in een arm of been. Wanneer dit niet lukt, kan besloten worden om een navellijn in te brengen. Het infuus wordt goed vastgezet door middel van pleisters en een spalkje om sneuvelen (losraken) te voorkomen. Door dit infuus wordt de antibiotica toegediend. Doordat de vaten van een baby erg dun zijn, kan het voorkomen dat er meerdere malen een nieuw infuus geprikt moet worden.

De duur van de antibioticakuur wordt bepaald door de kinderarts. Dit is afhankelijk van de uitslag van de bloedkweek, de lichamelijke conditie van uw baby en de bloedcontroles. Om uw baby zo goed mogelijk te observeren, kan hij of zij aan een monitor worden gelegd.
Zieke baby’s kunnen minder goed drinken. Het kan gebeuren dat de vocht- en voedingsbehoefte op peil gehouden wordt via het infuus, of door extra voeding te geven via de maagsonde.

Verzorging

Vaak verdragen baby’s in het begin van de infectie nog niet veel handelingen en zien we dat een baby snel geïrriteerd en onrustig is. Daarom proberen wij om nodige handelingen te bundelen op één verzorgingsmoment en uw baby tussendoor voldoende rust te geven. Het is natuurlijk wel belangrijk om het contact en de hechting met u te bevorderen. Buidelen en knuffelen met de ouder bevordert juist het herstel van uw baby. Ook het verzorgen, voeden en badderen gaat gewoon door. Vraag hierbij de verpleegkundige of de medisch pedagogisch hulpverlener om hulp en advies.