Versneld herstel na een dikke darmoperatie

Versneld herstel na een dikke darmoperatie

Versneld herstel na

een dikke darmoperatie

Chirurgie

Inhoudsopgave

Inleiding

3

ERAS kwaliteitsprogramma

Eigen bijdrage aan herstel

Hoofdstuk 1

5

De periode vóór de operatie

Patiëntenvoorlichting

Prehabilitatie

Dag vóór de operatie

Voeding

Medicijnen

Darmvoorbereiding

Hoofdstuk 2

8

Dag van de operatie

Narcose en pijnbestrijding

Tijdens de operatie

Hoofdstuk 3

10

De dagen na de operatie    

Pijnbestrijding

Eten en drinken

Kauwgom

Bewegen

Hoofdstuk 4

13

Met ontslag

Medicatie

Risico’s

Bereikbaarheid na ontslag

Inleiding

U wordt binnenkort opgenomen voor een dikke darmoperatie.

Bij deze operatie wordt het ERAS kwaliteitsprogramma toegepast (ERAS: Enhanced Recovery After Surgery).

Dit houdt in dat de zorg voor, tijdens en na de operatie gericht is op een snel en veilig herstel. Een kort verblijf in het ziekenhuis is daarbij mogelijk. Deze folder geeft algemene informatie over dit programma.

ERAS Kwaliteitsprogramma

In het ERAS programma staat het optimale herstel van de patiënt na een dikke darm operatie centraal. Alle factoren die van invloed zijn op het herstel, zijn in dit programma samen gebracht. Uit onderzoek is gebleken dat het herstel versneld kan worden door o.a.:

  • Goede voorlichting;

  • Een narcose, die na de operatie zo snel mogelijk is uitgewerkt;

  • Een combinatie van factoren, die erop gericht zijn de darmfunctie zo snel mogelijk te laten herstellen;

  • Optimale pijn- en misselijkheidsbestrijding;

  • Een zo kort mogelijke periode van bedrust, zodat verlies van spierkracht wordt beperkt;

  • Een zo kort mogelijke periode van het niet mogen eten, zodat conditie- en gewichtsverlies worden tegengegaan.

Eigen bijdrage aan herstel

Uw eigen bijdrage is zeer belangrijk voor een goed herstel.

In de bijlage vindt u een dagboekje, hierin kunt u zelf noteren of de hersteldoelen, die we met dit programma willen bereiken, gehaald zijn.

Naast deze folder krijgt u specifieke informatie over:

  • De darmoperatie;

  • De verpleegkundig specialist coloncare;

  • Voeding;

  • Stoma (indien van toepassing).

Uw operatie vindt plaats in de dikke darm: zie nummer:..........

Hoofdstuk 1

De periode vóór de operatie

De chirurg of de verpleegkundig specialist coloncare heeft met u de diagnose, behandeling en de gang van zaken rondom de operatie besproken.

De voorbereidingen, die nodig zijn voor de operatie worden op de polikliniek gedaan.

Deze voorbereiding bestaat uit:

  • Een preoperatief onderzoek door de arts van de verdoving (anesthesioloog);

  • Bloedonderzoek;

  • Afhankelijk van het soort operatie, een gesprek met de stoma-verpleegkundige;

  • Een tweede gesprek met de verpleegkundig specialist coloncare, indien bij u van toepassing.

Patiëntenvoorlichting

Goede voorlichting voor de operatie is belangrijk. U zult minder angstig zijn als u precies weet wat u te wachten staat.

De voorlichting over dit ERAS programma, de operatie en de nazorg krijgt u van de verpleegkundig specialist coloncare en/of behandelend arts (chirurg).

Prehabilitatie

Prehabilitatie is een programma met trainingen voor uw operatie zodat u fitter wordt. Het doel hiervan is dat het na de operatie sneller beter met u gaat. De geplande operatie en de kanker (mogelijk in combinatie met chemotherapie) eisen veel van uw lichaam. Door opbouw van uw spieren heeft u méér kracht in uw spieren, daarmee bent u fitter en is uw lichaam in een betere staat om de operatie aan te kunnen. Ook de kans op complicaties en bijwerkingen van de behandeling zijn kleiner en uw herstel gaat sneller.

Er zijn twee mogelijkheden; het bestaande programma met dietist en fysiotherapeut én de mogelijkheid om zit zelf thuis te doen 'do-it-yourself'. U zult via de arts of de verpleegkundig specilist horen welke mogelijkheid voor u van toepassing is.

Bijvoeding

Bent u in de zes maanden voor de operatie onbedoeld 6 kg afgevallen of binnen een maand 3 kg, dan zult u worden doorverwezen naar de diëtist. Speciale bijvoeding is dan nodig.

De diëtist zal met u bespreken op welke manier dit het beste gedaan kan worden.

Alcohol en roken

Het is aan te raden alcohol en roken vóór de operatie, zoveel mogelijk te beperken. Aangetoond is dat vier weken vóór de operatie niet drinken en niet roken een positief effect heeft op uw herstel.

Dag vóór de operatie

Uw behandelend chirurg geeft aan of u één dag voor de operatie wordt opgenomen óf op de dag van de operatie.

De Centrale Opnameplanning geeft u de datum, tijd en afdeling door waar u zich moet melden.

Er zijn op de verpleegafdeling één-, twee- of vierpersoonskamers. Op de dag van opname wordt u gewezen naar een van de beschikbare kamers.

Voeding

U mag de dag vóór de operatie gewoon eten en drinken. Het is belangrijk dat u minstens 1,5 liter per dag drinkt.

Medicijnen

Slaap- en kalmeringsmiddelen worden niet meer standaard gegeven voor de operatie. Wanneer u dagelijks een slaap- of kalmeringstablet gebruikt, kunt u deze meenemen en bespreken met de arts en/of verpleegkundige bij opname.

Darmvoorbereiding

Wanneer u aan het eerste stuk van de dikke darm (‘rechts’ zie afbeelding op pagina 4 punt 5b,I) geopereerd wordt hoeft de darm niet leeggemaakt te worden.

Wordt u aan het laatste stuk van de dikke darm (‘links’ zie afbeelding op pagina 4 punt 5b,III) geopereerd, dan zult u de avond vóór de operatie zelf thuis een klysma moet toedienen om het laatste stukje van de darm leeg te maken. Bij een klysma wordt er een vloeistof via de anus ingebracht om de darm leeg te maken. Voorafgaand aan de opname zult u op de polikliniek informatie krijgen over het zelf toedienen van de klysma. Het kan zijn dat u aan de endeldarm (zie afbeelding op pagina 4, punt 5c) wordt geopereerd en de darm wordt schoongemaakt via de darmvoorbereiding, zoals bij het eerder ondergaande darmonderzoek op het Maag-Darm-Lever-Centrum.

Hoofdstuk 2

Dag van de operatie

Als u ‘links’ (zie afbeelding op pagina 4 punt 5b,III) wordt geopereerd krijgt u nogmaals een klysma.

Daarna kunt u onder de douche gaan en afhankelijk van het advies van de verpleegkundige het gekregen operatiejasje aandoen.

Indien u tijdens de operatie (mogelijk) een stoma zult krijgen, zal de stomaverpleegkundige voor de operatie bij u langskomen. De stomaverpleegkundige, zal in afstemming met u, de plaats van de stoma op de buik bepalen.

Verdoving (narcose) en pijnbestrijding

Met de arts van de verdoving (anesthesioloog) is afgesproken welke pijnstilling u gaat krijgen na de operatie. De pijnstilling is meestal in tabletvorm. Wanneer u toch een ruggenprik met slangetje (epidurale katheter) krijgt of een pijnstillingspomp, wordt dit op de operatiekamer in en/of aangebracht. Binnen twee/drie dagen na de operatie zal deze ruggenprik weer verwijderd worden.

Daarnaast krijgt u algehele verdoving, om te slapen tijdens de operatie. De dosering wordt precies op uw lengte en gewicht afgestemd, zodat u niets merkt van de operatie. Informatie over de verdoving vindt u verder in de folder van de arts van de verdoving (anesthesioloog).

Ook wordt er een infuusnaald ingebracht. Dit is een klein, plastic buisje in een bloedvat van de arm. Hierover wordt er vocht toegediend tijdens en de dag van de operatie. Indien het toelaat, wordt dit infuus de avond van de operatie gestopt. Verdere informatie volgt in hoofdstuk 3.

Tijdens de operatie

De chirurg maakt een zo klein mogelijke wond: hoe minder schade aan het lichaam, des te sneller het herstel na de operatie. Tijdens de operatie wordt een slangetje in de blaas ingebracht ingebracht, omdat de blaas door de epidurale katheter mogelijk niet goed werkt. Operatiekamers zijn koel. Tijdens de operatie krijgt u een warmtedeken om uw lichaam op temperatuur te houden. Ook dit zorgt voor minder complicaties.

Hoofdstuk 3

Ná de operatie

Na de operatie wordt u naar de uitslaapkamer gebracht. Wanneer uw lichaamsfucnties stabiel zijn, zoals uw bloeddruk en ademhaling, gaat u naar de verpleegafdeling. Ook moet de pijn onder controle zijn voordat u naar de verpleegafdeling gaat.

Pijnbestrijding

Na de operatie zult u verschillende pijnmedicatie krijgen. Dit zullen tabletten zijn. Het is belangrijk deze pijnstillers in te nemen, ook als u geen pijn heeft. Het is de verwachting dat de pijn binnen vier dagen zal afnemen.

Een goede pijnstilling is van groot belang voor een snel herstel. Het is belangrijk dat de pijn onderdrukt wordt, nog vóórdat deze optreedt. Wanneer de verpleegkundige naar uw pijn vraagt kunt u dit uitdrukken in een cijfer. Minimaal drie keer per dag zal de verpleegkundige vragen naar uw pijnscore.

Hoeveel pijn heeft u om:

0= geen pijn <----------------------> 10= veel pijn

Wanneer u met ontslag kunt en u nog pijnstilling nodig hebt, kunt u dit na overleg met de dokter via een medicatierecept meekrijgen voor een bepaalde tijd.

Eten en drinken

Indien u niet misselijk bent en vóór 15.00 uur op de afdeling bent probeer dan minstens 800 ml heldere niet koolzuurbevattende dranken te drinken na de operatie. Komt u ná 15.00 uur terug op de afdeling probeer dan 400 ml heldere (niet koolzuurbevattende) drank te drinken. De avond na de operatie krijgt u een lichtverteerbare maaltijd aangeboden.

Vanaf dag 1 ná de operatie krijgt u een menukaart waaruit u kunt kiezen om aan een goede energie- en ewitbehoefte te komen. Elke dag moet u een bepaald aantal kilocalorieën behalen om in uw voedingsbehoefte te voorzien. Bij vrouwen is dit minimaal 1200 kcal en bij mannen minimaal 1520 kcal. Het is belangrijk dat u aan uw verpleegkundige aangeeft of u misselijk bent. Indien nodig kunt u medicatie tegen de misselijkheid krijgen.

Kauwgom

Het kauwen van kauwgom leidt tot sneller herstel van de darmfunctie. Na de operatie mag u als, u dit wilt, suikervrije kauwgom nemen. U mag de kauwgom tot zes keer per dag nemen. De kauwgom moet u wel zelf meenemen.

Bewegen

Bewegen is belangrijk om uw herstel te bevorderen. Er wordt zo snel mogelijk na de operatie gestart met bewegen onder begeleiding van een verpleegkundige en fysiotherapeut.

Nadat u goed wakker bent op de verpleegafdeling, probeert u 30 - 60 minuten in een stoel te zitten met behulp van een verpleegkundige. Probeer de dagen hierna zo veel mogelijk uit bed te komen voor een sneller herstel na een darmoperatie. Geef duidelijk bij een verpleegkundige aan als pijn u belemmert om uit bed te komen. De dag na de operatie komt de fysiotherapie bij u langs.

U kunt gebruik maken van de lounge op de afdeling om uw lunch te eten.

U krijgt een klein kussentje van een verpleegkundige zodat u deze tegen uw buik kunt houden om goed door te ademen en te hoesten.

Zorg ervoor dat u makkelijk zittende kleding bij u heeft om overdag aan te trekken en nachtkleding voor 's nachts. Eventueel zouden naasten dit nog mee kunnen brengen.

Laxantia

Om de werking van de dikke darm te bevorderen en verstopping te voorkomen, krijgt u na de operatie 2x daags een laxeermiddel.

Hiermee wordt de dag na de operatie gestart.

Bewegen en zo goed mogelijk eten en drinken blijft belangrijk voor een snel herstel!

Stomazelfzorg

U kunt tijdens de operatie een stoma hebben gekregen. Indien u vóór 15.00 uur terug bent op de verpleegafdeling, zal diezelfde avond een verpleegkundige met u de stomazelfzorg starten. Hierbij kan mogelijk uw naaste al betrokken worden.

Indien u ná 15.00 terug bent op de verpleegafdeling, zal dit de volgende ochtend zo zijn. De stomaverpleegkundigen komen de dag na de operatie een toilettasje bij u langsbrengen met materialen voor het verzorgen van uw stoma en meer informatie.

Met een verpleegkundige zult u dagelijks de stomazelfzorg uitbreiden. Dagelijks blijven uw naasten bij de stomazelfzorg betrokken.

Hoofdstuk 4

Met ontslag

U mag naar huis wanneer tenminste aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • U heeft ontlasting gehad of u heeft ‘windjes’ gelaten;

  • U ontstekingswaarde in het bloed is laag genoeg (die wordt op dag twee en/of dag drie geprikt na de operatie);
  • U verdraagt normaal eten, zoals voor de operatie;

  • U heeft nagenoeg geen pijnklachten met de voorgeschreven pijnstilling;

  • U voelt zich goed genoeg om met ontslag te gaan en u heeft een naaste die bij u in de buurt is in uw thuissituatie.

Uiteraard wordt de definitieve beslissing in overleg met u, genomen door de chirurg.

Medicatie

Indien u op de tweede dag na de operatie met ontslag gaat, krijgt u laxantia medicatie mee tot maximaal vier dagen na de operatie.

Risico’s

Aan iedere operatie zijn risico’s verbonden. Denk hierbij aan een longontsteking, blaasontsteking, wondinfectie of bij een darmoperatie een lek in de darm. Door het korte verblijf in het ziekenhuis kan het zijn dat een complicatie thuis optreedt.

Bij ontslag krijgt u van een verpleegkundige leefregels en ontslaginstructies wanneer u moet bellen naar het ziekenhuis. De telefoonnummers die u hiervoor kunt gebruiken, staan op de volgende bladzijde.

Bereikbaarheid na ontslag

Thuis of in de vervolginstelling kunnen er vragen of problemen ontstaan waardoor u contact op wilt nemen met het ziekenhuis.

Verpleegkundig specialist coloncare:

T 010 297 58 33

Maandag t/m donderdag 08.00 – 16.00 uur

Esther Schmidt

Hanneke Kreiter

Jennifer Bakker

Polikliniek chirurgie:

T 010 297 52 20

Maandag t/m donderdag 08.15 - 16.30 uur

Afdeling spoedeisende hulp:

T 010 297 53 00

Tijdens feestdagen, weekend, avond of nacht kunt u contact opnemen met de spoedeisende hulp

EIGEN AANTEKENINGEN:

.....................................................................................................................................................

.....................................................................................................................................................

.....................................................................................................................................................

.....................................................................................................................................................

.....................................................................................................................................................

.....................................................................................................................................................

.....................................................................................................................................................

.....................................................................................................................................................

.....................................................................................................................................................

.....................................................................................................................................................

.....................................................................................................................................................

.....................................................................................................................................................

.....................................................................................................................................................

.....................................................................................................................................................

.....................................................................................................................................................

.....................................................................................................................................................

.....................................................................................................................................................