Voorkomen voorkeurshouding baby (A4)

Voorkomen voorkeurshouding baby (A4)

Voorkomen van een voorkeurshouding

bij uw baby

Wat is een voorkeurshouding

In de eerste maanden na de geboorte is de schedel van uw baby nog zacht. Slaap- en speelhoudingen kunnen invloed hebben op de vorm van het hoofdje. Het is daarom wenselijk dat uw baby in afwisselende houdingen slaapt en speelt. Daarmee voorkomt u dat uw baby een voorkeurshouding ontwikkelt.

Met een voorkeurshouding wordt bedoeld dat uw baby het hoofd bijna altijd naar dezelfde kant gedraaid heeft, meestal naar rechts. Dit is niet alleen als uw baby slaapt, maar ook als hij of zij wakker is. Een sterke voorkeurshouding kan ertoe leiden dat het hoofdje aan één kant een afplatting krijgt en daardoor scheef groeit. Als gevolg van deze afplatting kan het hele lichaam te veel in dezelfde houding gaan liggen, waardoor de ontwikkeling van uw baby nadelig beïnvloed wordt.

Slapen

Voor het slapen geldt het landelijke advies: direct na de geboorte laat u uw baby op de rug slapen. Uw baby mag niet op de zij of buik slapen, dit verhoogt het risico op wiegendood. Laat uw baby ook nooit bij u in bed slapen.

Het is belangrijk dat het hoofdje afwisselend naar links en rechts gedraaid ligt. Draait uw baby steeds naar een kant terug, probeer het hoofdje dan tijdens de slaap weer naar de andere kant te draaien. Sommige baby’s zijn sterk op het licht van het raam of op geluiden bij de deur gericht, en draaien daardoor steeds naar die kant. Wanneer u dit merkt, leg uw baby dan andersom in het bedje of draai het bedje om.

Spelen

Het advies rugligging geldt alleen wanneer uw baby slaapt. Als hij of zij wakker is en u goed toezicht houdt, is het goed om uw baby regelmatig op de buik te leggen. Het is belangrijk dat u uw baby vanaf de eerste week na de geboorte al laat wennen om op de buik te liggen (“Tummy Time”). Tijdens het spelen of liggen op de buik, moet uw baby het hoofdje zelf leren oprichten. Zorg hierbij voor een goede houding, met de armen naar voren gericht. Zo kan uw baby goed naar beide kanten kijken en oefent hij of zij de buik- en rugspieren. Deze spieren heeft uw baby hard nodig om zelfstandig te kunnen omrollen en te gaan kruipen.

Probeer de tijd die uw baby op de buik ligt langzaam op te bouwen. Begin met drie keer per dag vijf minuten en bouw dit op naar drie keer per dag 30 minuten tegen de tijd dat uw baby drie maanden is. Oefen buikligging altijd op momenten dat u zelf goed toezicht kunt houden. Dit kan in de box zijn, om te spelen en te ontdekken. Maar ook in de kinderwagen als u wandelt. Laat dan de kap omlaag, zodat uw baby (op den duur) over de rand heen kan kijken.

Tip: leg in het begin een opgerolde handdoek onder de borst van uw baby, zo is het makkelijker om het hoofdje goed op te tillen.

Voeden

Wanneer u borstvoeding geeft, wissel dan regelmatig van voedingshouding. Ook als u flesvoeding geeft, is het belangrijk om regelmatig te wisselen van de arm waarop hij of zij ligt. Verder kunt u uw baby ook eens op uw bovenbenen leggen tijdens de flesvoeding of na de borstvoeding. Wanneer u dit doet, kunt u goed contact maken met uw baby.

Verzorgen

Op de commode kunt u afwisselen van houding tijdens het verschonen of aankleden. Leg uw baby, indien mogelijk, eens andersom of recht voor u. Ook op het voedingskussen kunt u oefenen met het hoofdje omhoog tillen, door uw baby een paar minuten op de buik te leggen. Laat uw baby nooit alleen op de commode liggen, blijf er altijd en houd een hand op uw baby om onverwachte bewegingen op te vangen. Zo voorkomt u valongelukken.

Dragen

Het beste kunt u uw baby optillen, door hem of haar eerst op de zij te draaien, van u af. Vervolgens uw hand tussen de benen op de buik te leggen en uw andere hand om de schouders en nek heen te leggen. Zo komt uw baby direct goed op uw arm te liggen. Ook hier is het belangrijk dat u de houding van het dragen afwisselt, in rugligging, buikligging, op uw rechter- en linkerarm. Als u uw baby in een draagdoek of draagzak draagt, zorg dan dat het hoofdje afgewisseld naar links en naar rechts gedraaid is. En ondersteun het hoofdje, als u voorover bukt. Zorg altijd dat het gezichtje vrij is, om adembelemmering te voorkomen en frisse lucht toe te laten.

Kinderfysiotherapie

Wanneer u merkt dat uw baby een voorkeurshouding heeft ontwikkeld, of als u merkt dat deze tips en adviezen na twee weken geen verbetering geven, neem dan contact op met een kinderfysiotherapeut. Deze zal de motorische ontwikkeling van uw baby onderzoeken en nagaan of er eventuele belemmeringen zijn, waardoor de voorkeurshouding in stand wordt gehouden. Samen met u zullen ze het nodige in werking stellen, om de voorkeurshouding te verhelpen.

U vindt de afdeling fysiotherapie van het Ikazia Ziekenhuis op de begane grond, routenummer 27.

Bereikbaar op T 010 297 54 80 of per e-mail: fysiotherapie@ikazia.nl