Contact Spoed

Ik wil niet naar huis

Met een bak koffie in de hand loop ik om 7 uur de teampost binnen. "Goodmorning, hoe was de nacht?" groet ik mijn collega’s van de nachtdienst. "Ja prima nachtje, was goed te doen." "Oké, nou draag maar over dan kan je lekker naar je bed." De overdracht is kort en bondig. Iedereen heeft goed geslapen, alleen 1 patiënt waarvoor vandaag het ontslag gepland is, heeft niet goed geslapen. De patiënt klaagt over het ‘totaal’ niet fit zijn, de controles zijn niet afwijkend.

Ik loop richting de kamers waar ik vandaag sta. Op het eerste bed zit een vrouw al op de rand van het bed. "Goedemorgen", groet ik. "Ja broeder, ik kan echt niet haar huis hoor", zegt ze. Terwijl ze even op adem komt, kijkt ze me bezorgd aan. "Ik ben de hele nacht in de weer geweest. Telkens moest ik naar het toilet en ik ben gewoon echt beroerd. Ik zou niet weten hoe dit thuis zo moet." "Ah ik snap het, ik zie dat u niet fit bent." Ik kijk naar het slangetje dat in de neus zit. "Die zuurstof had u dat thuis ook al?" vraag ik. "Ja zeker, ik heb die ziekte van je longen hoe heet het ook al weer? De ziekte van kopt ofzoiets? Daarvoor heb ik die zuurstof nodig." "Aha u bedoelt COPD? Ik snap het, hoe was uw conditie voor de opname?’" "Nou eigenlijk is daar niet veel aan veranderd. Ik ben alleen zo ontzettend moe van alles." "Ah dat is vervelend. Maar de dag is nog vroeg. Laten we zo eerst ontbijten. Dan zorg ik dat u de medicijnen krijgt. Na het ontbijt ga ik u helpen bij het wassen en aankleden en dan gaan we eens verder kijken. Vindt u dat goed?" "Ja goed hoor jongen, maar ik kan zo echt niet naar huis hoor. Dat zie jij toch ook wel?" vraagt mevrouw met vragende ogen. "Laten we eerst eens de dag gaan beginnen dan kijken we daarna verder", zeg ik terwijl ik de gordijnen open schuif en de ochtend zon de kamer in laat.

Ik loop naar de volgende patiënt, hij is zojuist wakker geworden en wrijft in de ogen. "Goeiemorgen, zwaar hé dat wakker worden?" groet ik. "Nou ik heb heerlijk geslapen, is het alweer bijna half 8 joh? Manmanman…" "Ja zeker, we moeten weer aan de bak vandaag. Ik heb gehoord dat u vandaag naar huis gaat?" antwoord ik. "Ja dat zeggen ze inderdaad. Maar ik zou niet weten hoor, ik heb hier wat pilletjes gekregen en meer niet. Ik heb af en toe toch nog een beetje pijn, al is het wel een stuk minder. Maar ik hoorde gisteravond dat jullie me vandaag weg wilde hebben. Ik zou niet weten hoe. Ik heb niemand die me op kan komen halen. Mijn kinderen hebben een drukke baan en m’n zus die heeft geen auto" krijg ik als antwoord. "Oh we willen u niet weg hebben, maar de dokter heeft toch gisterenochtend gezegd dat uw infuus klaar was en dat u de antibiotica tabletten nog door moest slikken. Maar voor de tabletten hoeft u niet in het ziekenhuis te blijven", antwoord ik terwijl ik op de stoel naast meneer plaats neem. "Ja en hoe moet dat thuis dan, ik kan geen eens meer koken. Ik heb gas en dat koken lukt me niet meer. En die opwarm maaltijden sorry hoor, maar die zijn niet om te eten." Duidelijk is dat deze patiënt al weet wat mijn vervolg vragen zijn, dit is dus iets waar over nagedacht is "Ik zal zo uw zoon eens bellen, dat is uw contactpersoon toch?" vraag ik. "Nou die hoef je niet te bellen, die heeft het al druk zat", bromt mijn patiënt.

Inmiddels is het halverwege de ochtend, de ADL zorg is gedaan. Iedereen is gewassen en zit met een bak koffie in de stoel. Ik loop de kamer op met de dokter. De dame en heer zitten rustig met elkaar praten. "Zo het is gezellig hier", grapt de dokter. "Hoe is het met u mevrouw?" Ik zie dat het gezicht van mevrouw betrekt: "ik voel me echt nog niks hoor. Het liefst blijf ik nog een dagje bij jullie en dat ik morgen naar huis ga. Maar dokter, mijn longen joh, ik ben nog steeds zo benauwd." De dokter onderzoekt mevrouw en constateert dat er geen aanwijzingen zijn voor klinische achteruitgang maar laat voor de zekerheid toch de longarts even langslopen bij mevrouw. Bij meneer zijn er geen veranderingen in het beleid. Ik regel dat zijn zoon hem op komt halen. Mevrouw mag van de arts nog een dagje ter observatie blijven maar zal dan morgen toch echt het ziekenhuis moeten verlaten.

Bovenstaande situaties zijn voor mij dagelijkse kost. Helaas is het huidige beleid zo dat mensen zoveel mogelijk thuis moeten blijven. De mogelijkheden die er vroeger waren zoals een verzorgingshuis zijn er tegenwoordig niet meer. Veelal is er een 'geen indicatie' en moeten wij de mensen gewoon terug naar hun eigen huis sturen als de klinische zorg afgerond is. Een huis waar men veelal eenzaam, verbitterd en aftobbend oud wordt.